Israël, de Gemeente en de Verborgenheid
Vanuit de openbaring van de verborgenheid.
1. Aanleiding en insteek
Dit document is bedoeld als basis voor gesprek naar aanleiding van de preek over Exodus, en de vragen rondom Israël, de gemeente en "samen leren wandelen".
Uitgangspunt is het verlangen om de Schrift recht te snijden (2 Timotheus 2:15), met bijzondere aandacht voor wat de verheerlijkte Christus heeft geopenbaard aan Paulus (Galaten 1:11-12).
2. Israël in de Schrift: een volk onderweg
2.1 Positie van Israël
Israël wordt in de Schrift beschreven als:
- een uitverkoren volk op aarde (Deuteronomium 7:6-8)
- verlost uit Egypte
- onderweg naar een beloofd land (Exodus - Deuteronomium),
- levend onder verbonden, beloften en tekenen
Deze positie klinkt ook later door:
[HSV]
Psalm 95:7-8
“...indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet...”
[HSV]
Hebreeën 3:7-8
“...indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet...”
2.2 Israël als voorbeeld
Paulus schrijft:
[HSV] 1 Korinthe 10:11 Al deze dingen nu zijn hun overkomen tot voorbeelden voor ons, en ze zijn beschreven tot waarschuwing voor ons.
Israël is tot onderwijs gegeven, maar hun positie is niet gelijk aan die van de gemeente. Wij leren geestelijke lessen uit hun geschiedenis.
3. De geestelijke rots
3.1 De tekst
De uitspraak "de rots was Christus" (1 Korinthe 10:4) verbindt Israels geschiedenis met geestelijke waarheid.
3.2 Wat dit wel en niet betekent
Christus was de bron van leven, ook voor Zijn komst in het vlees. Maar dit betekent niet:
- dat Israël dezelfde positie had als de gemeente
- dat zij deel hadden aan de verborgenheid
- dat zij "in Christus" waren zoals later geopenbaard
4. De Hebreeënbrief
4.1 Wie, wat, waar, wanneer en waarom
De Hebreeënbrief spreekt vanuit Israels geschiedenis en roept op tot volharding, met de woestijnreis als kader (Hebreeën 3-4).
- spreekt tot gelovigen met een sterke Joodse achtergrond
- gebruikt uitsluitend Israëls geschiedenis, beelden en verwachting
- roept op tot volharding onderweg.
Dit verschilt van de positie waarin Paulus de gemeente aanspreekt: reeds gezet in de hemelse gewesten (Efeze 2:6). De Hebreeënbrief spreekt niet over gelovigen die al in de hemel geplaatst zijn, maar over een volk dat moet volharden om Gods rust binnen te gaan.
5. De verborgenheid
5.1 Wat is 'de verborgenheid'?
Paulus maakt duidelijk dat hem iets is geopenbaard dat eerder verborgen was:
Kernzin: "Christus in u, de hoop der heerlijkheid." (Kolossenzen 1:27)
5.2 De positie van de gelovige nu
- in Christus zijn - “zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping” (2 Korinthe 5:17),
- mede opgewekt en mede gezet in de hemelse gewesten (Efeze 2:6),
- volmaakt in Hem (Kolossenzen 2:10),
- een lichaam waarvan Christus het Hoofd is (Efeze 1:22-23).
Dit is geen weg naar een positie, maar onderwijs vanuit een reeds ontvangen en voltooide positie (Romeinen 8:30).
6. Wandelen
6.1 Israël - wandelen om in te gaan
- wandelt om het land binnen te gaan (Numeri 14; Deuteronomium 1),
- leert vertrouwen door omstandigheden,
- wordt vermanend voorgesteld als voorbeeld (Psalm 95; Hebreeën 3).
De Hebreeënbrief blijft in deze sfeer:
[HSV] Hebreeën 4:1 Laten wij er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven, terwijl de belofte om in Zijn rust binnen te gaan nog van kracht is.
Wandelen staat hier in het teken van toekomstige rust, volharding en waarschuwing.
6.2 De gemeente (lichaam van Christus) - wandelen vanuit plaatsing
- is al gezegend met alle geestelijke zegen (Efeze 1:3),
- is gezeten in de hemelse gewesten (Efeze 2:6),
- wordt aangesproken als volmaakt in Christus (Kolossenzen 2:10)
Paulus roept daarom niet op om ergens aan te komen, maar:
[HSV]
Efeze 4:1
“...wandel waardig de roeping waarmee u geroepen bent...”
Wandelen is hier:
leven vanuit identiteit en rust, niet vanuit onzekerheid over bestemming.
6.3 Samenvattend
- Israël: wandelen om de rust binnen te gaan (Hebreeën 4:1).
- Gemeente: wandelen omdat men in rust geplaatst is (Efeze 2:6).
Dat verschil bepaalt hoe teksten gelezen en toegepast worden.
7. Samen leren wandelen
Voor mij betekend samen leren wandelen:
- samen de Schrift onderzoeken met oog voor Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom,
- onderscheid bewaren in Gods openbaring en bediening, zonder de eenheid in Christus los te laten,
- groeien in het verstaan van wat het betekent om in Christus te zijn.
Niet:
- samen proberen Israël te continueren in de gemeente
- maar samen ontdekken wie wij al zijn in Hem.
8. Slot
Dit is inderdaad te groot voor de app en vraagt om koffie, open Bijbels en tijd. Fijn dat je daarvoor ruimte biedt. Dank je vertrouwen daarin.
Dit document is geen eindpunt, maar een uitnodiging tot gesprek.
Mijn verlangen is niet om te overtuigen, maar om:
- eerlijk te luisteren,
- zorgvuldig te lezen
- en ruimte te laten voor wat de Schrift zelf zegt.
Ik waardeer je bereidheid om hierin samen op te lopen.
[HSV]1 Korinthe
2:7 Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die
God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid;