Hoe bidt een gelovige onder genade?
Veel gelovigen kennen de leer van het gebed, maar verlangen naar een gebedsleven dat werkelijk leeft. Deze pagina werkt de praktische kant uit: hoe een gebedsleven groeit, welke vormen het aanneemt, en hoe je blijft bidden wanneer antwoorden uitblijven.
Weinig gelovigen vinden hun gebedsleven vanzelfsprekend. Velen worstelen ermee: het bidden verwatert, voelt sleets aan, of wordt verdrongen door de drukte van de dag. Dat is geen teken dat iemand de leer van het gebed niet begrijpt, maar laat zien dat kennis en praktijk twee verschillende dingen zijn. Men kan precies weten waarom een gelovige bidt en toch een arm gebedsleven hebben, omdat begrip alleen geen levende omgang voortbrengt.
Gebed hoort bij de dagelijkse wandel onder genade. Het is geen losstaande religieuze plicht, maar de ademhaling van een leven dat afhankelijk is van God. Paulus verbindt het gebed daarom aan volharding en waakzaamheid, met dankzegging. [SV] Kolossenzen 4:2 "Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging;" Het gebed is zo verweven met de wandel zelf, niet een onderdeel dat erbuiten staat.
Deze pagina bouwt voort op wat elders is uitgewerkt en herhaalt dat niet. Voor de leer van het gebed en de rol van de Geest, zie Gebed onder genade en Heilige Geest onder genade; voor het onderscheiden van Gods wil en de geloofswandel bij tegenspoed, zie Wat is de wil van God vandaag? en Wandel door geloof en niet door aanschouwen. Hier ligt de aandacht volledig op de praktijk van het gebedsleven.
Een gebedsleven groeit zoals iedere relatie groeit: door tijd, openheid en regelmaat. Die regelmaat is geen wettische verplichting, maar de natuurlijke vorm van een levende omgang; zoals een relatie verschraalt zonder geregeld contact, zo verschraalt het gebedsleven zonder regelmaat. Het doel is dus niet een quotum te halen, maar een gewoonte van omgang te ontwikkelen waarin het hart open is tegenover God. Paulus vat die voortdurende gerichtheid kernachtig samen. [SV] 1 Thessalonicensen 5:17 "Bidt zonder ophouden."
Bij die omgang horen openheid, afhankelijkheid en dankbaarheid. Openheid betekent dat de gelovige eerlijk voor God komt met wat er werkelijk leeft; afhankelijkheid erkent dat hij alles van God verwacht; dankbaarheid kleurt het geheel, omdat het gebed niet alleen vraagt maar ook erkent wat ontvangen is. Paulus verbindt het danken uitdrukkelijk aan de wil van God voor de gelovige. [SV] 1 Thessalonicensen 5:18 "Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u."
Ook voorbede hoort vanaf het begin bij een gezond gebedsleven, want het richt de blik van de gelovige naar buiten, op anderen. Naarmate die omgang met God volgehouden wordt, groeit het gebedsleven vanzelf in diepte: niet door een techniek, maar doordat het vertrouwen en de vertrouwelijkheid toenemen. Zo rijpt het gebed zoals elke relatie rijpt, door trouwe en voortdurende omgang.
Het gebed kent verschillende vormen, en Paulus' eigen gebeden laten die rijkdom zien. Dankzegging staat daarbij vooraan: telkens weer begint Paulus met danken voordat hij vraagt. Naast dankzegging brengt de gelovige zijn persoonlijke noden bij God, zonder schroom en met vertrouwen. Paulus moedigt aan om in alles, door bidden en danken, de verlangens aan God bekend te maken. [SV] Filippenzen 4:6 "Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;" [SV] Filippenzen 4:7 "En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus."
Voorbede neemt in Paulus' onderwijs een ruime plaats in. Hij roept op om te bidden voor alle mensen, en in het bijzonder voor overheden, opdat de gelovigen een rustig en stil leven mogen leiden. [SV] 1 Timotheüs 2:1 "Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;" [SV] 1 Timotheüs 2:2 "Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid." Het gebed reikt zo verder dan de eigen kring en omvat de samenleving waarin de gelovige leeft.
Daarnaast bidt de gelovige voor andere gelovigen en rondom de bediening van het evangelie. Paulus vroeg herhaaldelijk gebed voor de voortgang van het evangelie en de vrijmoedigheid om het bekend te maken, en hij bad onophoudelijk voor de gemeenten. Zo wordt het gebed een vorm van meeleven en meewerken: de gelovige draagt anderen op en deelt biddend in het werk dat God doet. Het bidden voor de verkondiging verbindt het persoonlijke gebedsleven met de bediening van verzoening.
Niet elk gebed wordt beantwoord zoals de gelovige hoopt, en juist daar wordt volharding beproefd. Wachten, lijden en onbeantwoorde gebeden horen bij de geloofswandel. Paulus zelf kende dit: driemaal bad hij om verlossing van een doorn in het vlees, en het antwoord was niet wegneming maar genade die toereikend bleek. [SV] Romeinen 8:26 "En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen." Zelfs onze zwakheid in het bidden wordt zo opgevangen door de Geest.
Die hulp gaat dieper dan de gelovige beseft, want de Geest pleit overeenkomstig de wil van God. [SV] Romeinen 8:27 "En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt." Dat geeft rust wanneer de woorden ontbreken of het gebed dor aanvoelt: het bidden hangt niet af van de juiste formulering of het juiste gevoel, maar wordt gedragen door God Zelf. Stilte van Gods kant betekent daarom niet afwezigheid van Gods kant.
Daarom blijft de gelovige bidden, ook wanneer de omstandigheden niet veranderen. Volharden in het gebed is geen poging om God te overreden, maar een uiting van vertrouwen dat Hij goed en trouw is, ook als Hij anders antwoordt dan gevraagd. Zoals de geloofswandel vasthoudt aan wat God zegt boven wat men ziet, zie Wandel door geloof en niet door aanschouwen, zo houdt het volhardend gebed vast aan Gods trouw te midden van zwakheid en stilte.
Praktisch begint een gezond gebedsleven met het nemen van tijd. Dat hoeft geen vast schema te zijn dat als regel wordt opgelegd; het gaat erom een moment te vinden waarop de omgang met God werkelijk plaatsvindt. Daarnaast laat het gebed zich verweven met de dagelijkse bezigheden: onderweg, tijdens het werk of bij een ontmoeting kan het hart zich tot God richten. Paulus' oproep om bij alle gelegenheid te bidden wijst op die voortdurende, ingeweven gerichtheid. [SV] Efeze 6:18 "Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle volharding en smeking voor al de heiligen;"
Het helpt om Schrift en gebed te combineren. Wie leest wat God zegt en daar biddend op antwoordt, laat het gebed gevoed worden door de waarheid in plaats van door de stemming van het moment. Zo wordt het gebed concreter en minder vluchtig. Het bidden voor anderen, gezinsleden, medegelovigen, mensen in nood, geeft het gebedsleven bovendien richting en voorkomt dat het enkel om de eigen behoeften draait.
Afleiding hoort erbij en is geen teken van mislukking. Wanneer de gedachten afdwalen, mag de gelovige eenvoudig terugkeren, zonder zichzelf te veroordelen; juist dat geduldig terugkeren is een vorm van volharding. Een eenvoudig voorbeeld is iemand die elke ochtend een paar minuten leest en daar dankend en vragend op antwoordt, en gaandeweg merkt dat het gebed zich over de dag uitstrekt. Standvastigheid groeit niet door grootse voornemens, maar door telkens opnieuw de omgang met God te zoeken.
Een levend gebedsleven groeit zoals een relatie groeit: door regelmaat zonder wetticisme, openheid, afhankelijkheid en dankbaarheid. Het kent verschillende vormen, dankzegging, persoonlijke noden, voorbede voor overheden, medegelovigen en de bediening van het evangelie - zoals Paulus' eigen gebeden laten zien. Waar antwoorden uitblijven, draagt de Geest de zwakheid van de gelovige en pleit Hij overeenkomstig Gods wil, zodat volharden in gebed rust op Gods trouw en niet op het juiste gevoel of de juiste woorden.
Praktisch groeit het gebedsleven door tijd te nemen, het gebed te verweven met de dag, Schrift en gebed te combineren, voor anderen te bidden en geduldig terug te keren bij afleiding. Zo wordt bidden geen plicht naast het leven, maar de voortdurende omgang met God waaruit het leven onder genade ademt. Samen met Wat is de wil van God vandaag? en Hoe leidt de Heilige Geest vandaag? vormt deze pagina één geheel rond onderscheiding en omgang met God in het dagelijks leven.
- Fundament: Gebed onder genade
- Fundament: Heilige Geest onder genade
- Verdieping: Wat is de wil van God vandaag?
- Verdieping: Wandel door geloof en niet door aanschouwen
- Overzicht: Praktijk onder genade
Verdieping vanuit Woordstudies: