Preek Hemelvaart NGK

Youtube: Donderdagmorgen 14 mei 2026

Vanuit de openbaring van de verborgenheid.

Schriftlezing 28:36 - 33:05

Handelingen 1:4-14

4 En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt;

5 want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.

6 Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?

7 En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft,

8 maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

9 En nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.

10 En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,

11 die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.

12 Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, van de berg die de Olijfberg genoemd wordt, die vlak bij Jeruzalem is en daar een sabbatsreis vandaan ligt.

13 En toen zij in Jeruzalem gekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal en bleven daar, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon Zelotes, en Judas, de broer van Jakobus.

14 Dezen bleven allen eensgezind volharden in het bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers.

Romeinen 8:18-30

18 Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

19 Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.

20 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft,

21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

22 Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.

23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.

24 Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?

25 Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.

26 En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

27 En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit.

28 En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.

29 Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.

30 En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

37:17 De preek die ik vandaag voor u zal voorlezen is van dominee A.J. Molenaar. Ik wacht nog even dat dat ze kunnen zitten.

37:50 Wachten en verwachten. Wat heeft geloven nu met hemelvaart van Christus te maken? We gedenken vandaag hoe Jezus de aarde verliet en naar zijn vader ging. Maar wat heeft geloven nu met hemelvaart te maken? Misschien zegt u, nou, hemelvaart, dat zijn de heilsfeiten, waar we in geloven.

38:11 Eén van de dingen die met Jezus is gebeurd, dat geloof ik en dat is echt zo gebeurd. Ja, dat is zeker waar. De christelijke kerk gelooft dat Jezus naar de hemel is gegaan. Maar hoe belangrijk is dat nou eigenlijk? Hemelvaart is toch niet de kern van het christelijke geloof? De opstanding, Pasen, is toch veel belangrijker? En met kerst, Jezus geboorte, dan zitten de kerken vol.

38:39 Zelfs voller dan vol. En Goede Vrijdag, dat is ook zo'n kernzaak. Als je daar niet in gelooft, dat Jezus Christus gestorven is voor onze zonde, dan zit er wel een groot gat midden in je geloof. Maar Hemelvaart, stel dat Jezus direct uit het graf naar de Vader was gegaan.

38:59 Had dat dan verschil gemaakt? Ja, toch wel. Hemelvaart heeft namelijk alles met geloof te maken. Maar dan wel op een andere manier dan dat je moet geloven. Voorwaar houden? Nee. Hemelvaart leert ons wat geloven is. En daar wil ik vanmorgen bij stilstaan.

Hemelvaart leert ons wat geloven is.

Handelingen 1 (hemelvaart van Christus)

De prediker verlegt hemelvaart direct naar geloofsbeleving. Hemelvaart zou ons leren wat geloven is. Daarmee verschuift de focus van Christus’ daad naar de mens die moet leren geloven.

Paulus definieert geloof anders:

[HSV] Romeinen 10:17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord van God.

Geloof ontstaat dus niet uit een innerlijke oefening, maar uit het gehoorde Woord. Ook 2 Korinthe 5:7 spreekt niet over een methode van geloven, maar over wandelen in vertrouwen op Gods geopenbaarde waarheid.

De hemelvaart van Christus is bij Paulus vooral een feit van verhoging en heerschappij (Efeziers 1:20-23), niet een les over de manier waarop geloof ervaren moet worden.

De vraag is terecht, maar de uitwerking schuift weg van Christus’ volbrachte positie naar de beleving van de mens. Paulus legt het fundament elders: in het gehoorde Woord.

39:26 Hemelvaart leert ons wat geloven is. Wat dan? Een oefening met naar boven kijken. Geloven is oefenen naar boven kijken.

39:36 Laten we ons oor te luister leggen bij de geschiedenis van Jezus hemelvaart, zoals Lucas het had opgeschreven. Jezus is met zijn leerlingen de stad Jeruzalem uitgegaan, naar de Olijfberg. Hij spreekt met hen en daarna stijgt hij omhoog. Wat moet dat een wonderlijk gezicht zijn geweest.

39:56 Daar gaat hij, op een wonderlijke wolk, onttrekt hij aan het oog. Jezus is weg en in gedachten zien zijn leerlingen het staan. Daar op die heuveltop, verbaasd, verdwaast, naar boven starend. Weg, vertrokken hun leraar en leider ten hemel geheven.

40:18 Kijk, en zo staan de eerste leerlingen ineens heel dicht bij ons. Zij hadden drie jaar lang met Jezus opgetrokken. Dagelijks was Hij bij hen. Hun situatie was bijzonder. Anders dan de onze. Maar nu? Nu staan ze naast ons. Naast u en naast mij. Jezus is vertrokken. En nu? Nu komt het op geloven aan. Net als voor ons. Geen letterlijk zien van Jezus. Geen letterlijk Hem volgen.

40:47 Nee, geloven is iets anders. Voor de leerlingen vanaf dat moment, maar ook voor ons. Geloven is zien wat je niet ziet. Je vertrouwen stellen op wat je niet kunt waarnemen. Net zoals op deze foto. Het noorderlicht kan je niet met het blote oog zo goed zien. Maar door de juiste instellingen op je fotocamera of telefoon kan je wel deze foto maken.

41:14 Geloven zou je kunnen zeggen, is een oefening met naar boven kijken. Niet letterlijk, zoals de leerlingen doen, maar geestelijk. Omhoog kijken. Boven de onzichtbare werkelijkheid uit. Dat is geloven.

Geloven is een oefening in omhoog kijken: vertrouwen op wat niet zichtbaar is.

Handelingen 1 (hemelvaart volgens Lucas)

Beeldspraak: zien wat je niet ziet

De prediker definieert geloof als: “een oefening in omhoog kijken.”

De vraag is niet of een gelovige gericht mag zijn op de dingen die boven zijn. Paulus zegt daadwerkelijk:

[HSV] Kolossenzen 3:1
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen die boven zijn…”

Maar Paulus gebruikt deze oproep niet als definitie van geloof.

Wanneer Paulus geloof definieert, zegt hij:

[HSV] Romeinen 10:17
“Zo is dan het geloof uit het gehoor…”

en:

[HSV] 2 Korinthe 5:7 Want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.

De openbaring aan Paulus laat daarmee zien dat geloof niet ontstaat door een innerlijke geestelijke oefening of een manier van kijken, maar door het horen van Gods geopenbaarde Woord.

De gerichtheid op “wat boven is” is bij Paulus een gevolg van onze positie in Christus, niet de definitie van geloof zelf.

De prediker gebruikt een Bijbels beeld (“omhoog kijken”), maar maakt daarvan de definitie van geloof. Paulus doet dat niet. Paulus definieert geloof vanuit het gehoorde Woord, niet vanuit een geestelijke oefening.

41:30 Ja, hemelvaart leert ons geloven wat je niet ziet. Voor Jezus, maar voor onszelf en voor de wereld. Maar om te beginnen bij hem. Letterlijk zien we Jezus niet meer. Maar in geloof zien we wel veel. In geloof mogen we vandaag omhoog kijken. En als het ware zien hoe hij nu wordt binnengehaald in de hemel.

41:57 De hemel, die onvoorstelbare werkelijkheid van God. In geloof mogen we zien hoe hij thuis komt. Hoe hij de ereplaats krijgt naar zijn vader. Hij wordt ingehuldigd, gekroond als koning. Dat is wat u vandaag mag zien met geloofsogen. Met je letterlijke ogen zie je alleen afwezigheid. Maar het geloof kijkt omhoog.

In geloof zien wij Christus nu gekroond en verheerlijkt als Koning in de hemel.

Handelingen 1 (hemelvaart)

Psalm 110 - impliciet

De prediker benadrukt terecht dat Christus verhoogd en verheerlijkt is. Paulus leert hetzelfde:

[HSV] Efeziërs 1:20-21
“...toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten.”

Maar de preek maakt daarvan vooral een geestelijk zien: “in geloof zien” hoe Christus gekroond wordt. Daarmee verschuift de nadruk van een objectieve werkelijkheid naar een innerlijke voorstelling.

Paulus spreekt niet over een geloofsbeeld, maar over een vaste positie. Christus is verhoogd. Hij is Hoofd van het lichaam, de gemeente (Kolossenzen 1:18). De focus ligt bij Paulus op wat God gedaan heeft, niet op wat de gelovige zich voorstelt.

De inhoud is juist, maar de nadruk verschuift. Paulus benadrukt Christus’ objectieve verhoging en de positie van de gemeente in Hem, niet een innerlijke kijkervaring.

42:23 En ziet Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Dat is de echte reden van hemelvaart. Om dat te vieren. Niet het feit dat hij vertrokken is. Ook over onszelf mogen we leren geloven wat je niet ziet. We mogen geloven dat onze zonden verzoend zijn. Dat u en ik de God aangenomen worden als zijn geliefde kinderen.

42:47 We mogen geloven dat de Heer ons niet alleen heeft gelaten, maar altijd bij ons is. We mogen geloven dat wat niemand kan zien, dat Hij dat ziet. Dat ook het sterven ons niet zal scheiden van Christus' liefde. Voor het oog, dan zie je alleen hoe de mens verandert.

43:10 Als het sterft in een dood lichaam. Maar het geloof oefent zich om toch omhoog te kijken.En dan zie je wie gelooft. Jezus volgt op zijn weg naar het vaderhuis. Geloven is oefenen. Oefenen in omhoog kijken. Dat geldt tenslotte ook voor de wereld om ons heen.

43:31 Als je alleen maar omlaag kijkt, dan zie je modder. Dan zie je hoe de wereld kapot gaat aan milieuvervuiling. Dan zie je hoe de mensen met macht anderen verdrukken. Je ziet hoe heel de wereld uit zijn verband ligt met rampen en ziektes. Misschien wel heel dichtbij, als een geliefd iemand ziek is. Of psychisch in de knoop zit. Wie gelooft, ziet dit alles. Maar wie gelooft, kijkt omhoog.

44:00 Die kijkt omhoog, of als Jezus al komt. Die kijkt omhoog en ziet de donker van de naderende dag. Dat heeft hij immers beloofd. En zie, ik maak alle dingen nieuw. Dan kijk je juist, als je geconfronteerd wordt met leed en ellende, uit naar de nieuwe hemel en aarde. Waar God zal regeren en alles goed zal maken. Geloven, het is een oefening in naar boven kijken.

Geloof leert ons omhoog kijken te midden van lijden, dood en gebrokenheid.

Nieuwe hemel en nieuwe aarde (Jesaja 65; Openbaring 21) - impliciet

Gods blijvende nabijheid

De prediker verbindt geloof met omhoog kijken midden in lijden en gebrokenheid. Paulus spreekt inderdaad over lijden en toekomstige heerlijkheid:

[HSV] Romeinen 8:18 Want ik houd het ervoor dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

Maar Paulus maakt geloof niet tot een geestelijke oefening om boven het lijden uit te stijgen. De zekerheid ligt in Christus Zelf:

[HSV] Romeinen 8:38-39
“...dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus, onze Heere.”

De preek legt de nadruk op kijken, voelen en verwerken. Paulus legt de nadruk op vaste zekerheid in Christus. Dat is een ander uitgangspunt.

De hoop op toekomstige heerlijkheid is Bijbels, maar de preek maakt geloof te veel tot een psychologische houding. Paulus legt de zekerheid in Christus, niet in het omhoog richten van de blik.

44:31 Echter, is dat altijd zo eenvoudig? Nee, zeker niet. Dat brengt ons bij het bijbelgedeelte dat we net lazen, uit de brief van de Romeinen. Het hele hoofdstuk gaat erover hoe de Heilige Geest mensen leert om omhoog te kijken. En zelfs te leven, alsof ze al daarboven zijn. In het gedeelte dat we lazen, horen wij ervan. Als wij hopen dat wij niets zien, verwachten wij het met volharding.

44:59 Er wordt in dit Bijbelgedeelte echter nog iets anders benadrukt. We mogen omhoog kijken, maar we zijn nog beneden. Dan spreekt Paulus over zuchten. Zuchten van de schepping die het zwaar heeft. Zuchten van wie gelooft omdat de wereld er nog niet is aangebroken. Gods wereld nog niet is aangebroken.

45:23 Zuchten zelfs van de Heilige Geest in ons. Twee dingen. Zuchten en volhardend hopen. Allebei horen ze bij het leven. En het geloof. En bij het leven dat oefent om naar boven te kijken. Over beide wil ik daarom iets zeggen. Eerst over de hoop. De Bijbelse begrip hoop is nog iets anders dan hoop van ons. Zoals we dat dagelijks gebruiken. In het dagelijks leven zeg je, ik hoop het maar.

45:53 Of als je ergens niet bepaald zeker van bent, zeg je hopelijk is het zo. Maar misschien ook wel niet. In de Bijbel is geloof, is hoop echter daar waar je zeker van mag zijn. Het is er alleen nog niet. Maar dat is niet de vraag of het wel komt. Paulus zegt in zijn hoop dat wij zalig worden, gered. En dat is iets heel anders dan hopelijk worden we gered.

46:21 Nee, het is zeker. Alleen, het is nog niet gerealiseerd. Wie gelooft mag zeker zijn dat het goed is en dat het goed komt.

46:30 Met jezelf, met de wereld. Met Gods grote plan. Dat is hoop dat een christen mag hebben. Wie gelooft, heeft hoop. Zeker hoop. Die mag leren om omhoog te kijken en meer te zien. Jezus is koning, zeker weten. Nu in de hemel en straks overal. Daar mogen we van zingen. En juist vandaag. Maar tegelijk is er ook echter een andere kant.

46:58 Leven in hoop is ook volhouden. Volharden, een ouderwets woord. Denk aan iemand die een hele lange bergwandeling maakt. Net zoals op deze foto het laat zien. Deze pas heet Stairway to Heaven. Het maakt je moe, uitgeput, hongerig. En als je halverwege deze wandeling bent, zou je best willen stoppen. Maar dan kom je er niet. Het einde van de wandeling is boven op de berg.

47:27 Door te zuchten en vol te houden. Dan kom je er. Met de blik omhoog gerecht. Zelf heb ik deze wandeling pas een paar weken geleden gemaakt. En echt waar. Iedereen komt op het punt dat het moeilijk is. Er wordt gezucht. Je hebt geen hoop. Het is zwaar. Maar je moet volhouden. Tot je er bent. Dat is ook een kant van geloven. Herkent u daar iets van? Het gaat niet vanzelf. En soms is het zwaar.

Christelijk geloof bestaat uit zekere hoop én zuchten zolang Gods wereld nog niet zichtbaar is.

De prediker gebruikt Romeinen 8 terecht om te spreken over zuchten en hoop. Paulus zegt inderdaad:

[HSV] Romeinen 8:24-25
“Want in de hoop zijn wij zalig geworden...”

Maar Paulus zet hoop niet neer als een oefening in volhouden. De hoop is zeker omdat God reeds gewerkt heeft. De Geest is daarbij eersteling en waarborg.

Het accent in de preek verschuift naar “doorzetten”, “volhouden” en “de reis volbrengen”. Daardoor krijgt geloof iets van geestelijke inspanning. Paulus spreekt eerder over zekerheid in Gods werk dan over het halen van het einde door volharding.

De bergwandeling als beeld versterkt die verschuiving. Het maakt van geloof een tocht die je moet volbrengen. Dat past meer bij een volhardingsmodel dan bij Paulus’ nadruk op ontvangen genade.

Romeinen 8 wordt terecht aangehaald, maar de uitleg schuift naar menselijke volharding. Paulus legt de nadruk op zekere hoop in Christus, niet op een geloofsreis die men moet volbrengen.

47:57 Je moet soms jezelf dwingen om naar boven te kijken. Om de hoop vast te houden. Maar wat maakt het dan zo zwaar? Heel eenvoudig. Dat wat je hoopt, dat wat je vast gelooft, is nog niet zichtbaar. Nog niet. Dat is dan het lastige van hemelvaart. Jezus is er wel. Maar hij is ook de grote afwezige. Hij zegt het zelf. Ik ben met u alle dagen tot de volleinding van de wereld. Maar...

48:27 Niet zichtbaar en tastbaar. Jezus belooft. Ik maak alle dingen nieuw. Je ziet het nog niet. En dat is het moeilijke van geloof. We hopen dat wat we niet zien. Paulus zegt, daar komen alle dingen tegenop. Je denkt, wanneer komt Gods Koninkrijk eigenlijk? Soms kijk je om je heen in de wereld. Kan je het echt niet geloven dat God eens alles anders zal maken?

48:57 Wanneer zal hij zijn? Komt hij ooit? Soms heb je jarenlange vast geloof. En ineens? Ineens lijkt het allemaal zo onwerkelijk. Moet je daarop bouwen? Hetzelfde kan gelden voor de hoop voor iedereen. Wie zegt dat er na de dood nog iets is? Ja, zelfs over God en Jezus. Is Jezus wel meer dan iemand van vroeger...

49:21 Hoe weet je dat God bestaat? Want waar is hij nu echt? U moet niet denken dat het allemaal ongeloof is. Nee, dat is een kant van geloof. En dat is soms een kwestie van volharden en zuchten. En dan bedoel ik niet speciaal die vraag, is dat wel zo? Nee.

49:48 Daar kun je eindeloos om blijven hangen. Ik bedoel vooral dat je verzucht. Kom Heer Jezus. Maak uw woorden waar. Laat toch uitkomen dat u regeert. En intussen houd je maar vol. Zo goed en zo kwaad als het gaat. Ook dat is geloven. Niet alleen juichen en jubelen. En zuchten en volhouden. Soms door alle twijfels heen. Juist naar hemelvaart als Jezus niet meer tastbaar is.

Het geloof wordt geoefend in volharding wanneer Christus niet zichtbaar is.

Mattheüs 28:20

Romeinen 8 (hoop die nog niet gezien wordt)

De prediker noemt Christus “de grote afwezige” en spreekt over twijfel, wachten en volhouden. Daarmee wordt geloof sterk verbonden aan innerlijke worsteling.

Paulus zegt wel:

[HSV] 2 Korinthe 5:7 Want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.

Maar Paulus maakt geloof niet tot een permanente strijd tegen onzekerheid. Hij legt de zekerheid in Gods geopenbaarde Woord en in de verzegeling met de Heilige Geest (Efeziers 1:13-14).

De zin “Je moet soms jezelf dwingen om naar boven te kijken” maakt geloof tot inspanning. De gelovige moet zich als het ware overeind houden. Dat is niet Paulus’ lijn.

De onzichtbaarheid van Christus wordt terecht benoemd, maar de preek maakt geloof tot innerlijke worsteling. Paulus spreekt eerder over rust in de geopenbaarde waarheid van Christus.

50:17 In geloven, dat is een oefening om omhoog te kijken. Calvijn zegt, naar aanleiding van het Bijbelgedeelte, in elke gelovige dienen deze beide dingen te zijn. Een vaste hoop voor de toekomst. En zuchten en kreunen in verlangen naar de vervulling van de hoop. Hoe is dat bij u? Hoe is dat bij jouw?

50:39 Laat je het geloof wel eens zuchten, zoals Psalm 42 zingt. Wanneer zal ik u weer loven, juichend staande in uw voorhoven? Aan een zuchtende verlangen kan je echt geloof erkennen. En aan de andere kant, laat je je geloof wel eens verder kijken. Heb je hoop over de horizon? Ook dat is kenmerkend voor een echt geloof. Geloof is oefenen om omhoog te kijken. Soms zuchtend, soms zingend.

51:11 Hoe kom je daar nu aan? Aan zo'n geloof? Hoe leer je om omhoog te kijken? Dat heeft de Heilige Geest. Gelukkig maar, want wij mensen kunnen haast niet verder komen dan het hier en nu. Gods Geest leert je omhoog te kijken. Jezus is wel weggegaan, maar hij is niet afwezig. Hij heeft zijn Heilige Geest gestuurd. Die de mensen, die u, die mij, leert om omhoog te kijken.

51:39 Stel je toch voor dat Jezus was weggegaan... en als afscheid had gezegd... en nu volhouden hoor. Blijf in mij geloven. Ik kom een keer terug. Stel dat het zo was. Hoe zou het dan verder zijn gegaan? Ik vrees dat het hele geloof dan al snel had opgehouden. Geloven in iemand die je niet ziet. Geloven in een toekomst waar je niets van ziet. We kunnen het niet langer volhouden...

52:08 Dan even in enthousiasme. Maar gelukkig naar Hemelvaart kwam er Pinksteren. De Heilige Geest kwam op de leerlingen van Jezus. En ontstaken het vuur van geloof. Ze waren er zo vol van. Ze geloofden zo vast. Dat ze overal over spraken. En zelfs voor hun leven en veiligheid te veroveren hadden. De Geest maakte Jezus en zijn koningschap werkelijk. Voor hem...

52:37 Voor hem. Dat ook op aarde. De Heilige Geest. Hij komt nog steeds op de leerlingen van Jezus. Op iedere christen. Hij leert geloven. Hij leert ons blik omhoog te kijken.

52:49 Hij getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Daar horen we met Pinksteren vast meer over. Hij bidt voor ons. Hij is in ons. Hij richt ons blik omhoog. Zonder Geest kunnen we niet geloven, niet volharden. Het einde halen van deze uitputtende reis. Hij alleen maakt dat we verder kunnen kijken dan wat zichtbaar is. Sterker nog, hij is zelfs al dat stukje van Gods werkelijkheid in ons hart...

De Heilige Geest leert gelovigen omhoog kijken en volharden.

Romeinen 8:14-16

Psalm 42 - impliciet

Handelingen 2 (Pinksteren)

Johannes Calvijn (theologisch citaat)

De prediker noemt terecht de werking van de Heilige Geest. Paulus zegt:

[HSV] Efeziërs 1:13
“...bent u verzegeld met de Heilige Geest van de belofte.”

Maar in de preek wordt de Geest vooral voorgesteld als Degene Die ons leert omhoog kijken, volhouden en blijven geloven. Daardoor komt de nadruk te liggen op innerlijke geloofsontwikkeling.

Paulus legt de volgorde anders:

[HSV] Galaten 3:2 Hebt u de Geest ontvangen uit de werken van de wet, of uit de prediking van het geloof?

Eerst het gehoorde evangelie. Dan geloof. Dan verzegeling met de Geest. De preek legt de Geest meer in het spoor van ervaring en volharding dan Paulus doet.

De rol van de Geest wordt niet ontkend, maar wel verschoven. Paulus verbindt de Geest aan het gehoorde evangelie en de zekerheid van verzegeling, niet aan een oefenweg van innerlijk leren geloven.

53:25 En zo eindigen we deze hemelvaartpreek met een blik op Pinksteren. Geest van hierboven, leert ons geloven. Geef ons die vaste hoop en zucht met ons mee. Om met heel de schepping onuitsprekelijk te verzuchten. Jezus is ten hemel gevaren. Alleen het geloof ziet hem nog. Gekroond als de koning bij de vader. Zijn rijk zal komen, wereldwijd.

53:54 Alleen het geloof ziet het. Met ziet tussen aanhalingstekens. In de hoop. Vaste hoop en tegelijk nog onzichtbaar. Oefenen dan maar in veel naar boven kijken. Kijk naar de mooie luchten en de prachtige wolken. Laat de Geest u het leren. Stel u open voor Hem. Hoe? Heel eenvoudig. Lees je Bijbel en bid elke dag. Kom hier ook in de kerk.

54:24 Opdat u geloven mag. Ook al ziet u het niet. In Gods naam verkondig ik het u. Jezus is ten hemel gevaren. Hij is verheerlijkt. En ieder die in hem gelooft. Zal ook worden verheerlijkt. Want Gods koninkrijk komt. Laten we nu weer gaan zingen.

Gelovigen worden opgeroepen zich praktisch te oefenen in geloof door Bijbel, gebed en gemeente.

Algemeen appel op geloofspraktijk

De oproep om de Bijbel te lezen, te bidden en samen te komen is op zichzelf Bijbels.

[HSV] Kolossenzen 3:16
“Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen...”

Maar de formulering “stel u open voor Hem” legt de nadruk opnieuw op menselijke ontvankelijkheid. Geloof wordt zo bijna een innerlijke houding die men moet oproepen.

Paulus leert anders:

[HSV] Romeinen 10:17
“Zo is dan het geloof uit het gehoor...”

De preek gebruikt praktische middelen op een goede manier, maar zet ze in als oefening om geloof op te wekken. Paulus gebruikt het Woord als bron van geloof, niet als techniek voor religieuze openheid.

De oproep is praktisch goed, maar de onderliggende lijn blijft ervaringsgericht. Paulus legt het fundament bij het gehoorde Woord.

54:46 Was vergeten "amen". Laten we nu weer gaan zingen. Opwekking 366. Kroon Hem met gouden kroon. Hemelvaarddag wordt ook wel eens Kroningsdag genoemd. Jezus kreeg in zijn lijdenstijd een doornenkroon. Nu vieren we dat Hij is opgestegen naar de hemel. En zit hij aan de rechterhand van God.

Hemelvaart is kroningsdag: Christus regeert nu aan Gods rechterhand.

Psalm 110 (rechterhand)

Handelingen 1 (hemelvaart)

De prediker sluit af met Christus als Koning aan Gods rechterhand. Dat is Bijbels:

[HSV] Efeziërs 1:20
“...en zette Hem aan Zijn rechterhand in de hemelse gewesten.”

Maar de toon blijft vooral toekomstgericht: Zijn rijk zal komen. Daarmee blijft het accent sterk op Koninkrijkstaal liggen.

Paulus legt voor de gemeente nadrukkelijker de focus op de huidige positie in Christus. Niet op het wachten op een zichtbaar rijk, maar op leven uit de reeds gegeven verhoging van Christus en onze plaats in Hem.

De afsluiting is op hoofdlijnen juist, maar de klemtoon ligt meer op toekomst en koningschap dan op Paulus’ openbaring van het lichaam van Christus.