Heilige Geest onder genade
Wat doet de Heilige Geest in de gelovige onder genade? Deze pagina werkt vanuit Paulus' brieven uit dat iedere gelovige de Heilige Geest ontvangt, door de Geest verzegeld wordt, dat de Geest in de gelovige woont, en dat dit direct hoort bij de positie in Christus in de huidige bedeling van genade.
In de brieven van Paulus wordt het werk van de Heilige Geest niet gepresenteerd als een extra ervaring voor enkele gelovigen, maar als een fundamenteel onderdeel van wat God geeft aan allen die in Christus zijn. De Geest is verbonden met geloof in het evangelie, met verzegeling, met inwoning en met praktische wandel.
Daarom moet dit onderwerp gelezen worden vanuit de paulinische lijn van genade en positie in Christus, en niet vanuit traditie, menselijke ervaringen of latere bewegingen. De basis ligt in het evangelie van Gods genade en in de nieuwe identiteit van de gelovige (zie ook Evangelie van Gods genade en Positie in Christus).
Paulus verbindt het ontvangen van de Geest direct aan het horen en geloven van het evangelie. Efeze 1:13 In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u geloofde, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte.
Paulus is ook helder over de universele werkelijkheid voor gelovigen: wie de Geest van Christus niet heeft, behoort Hem niet toe (Romeinen 8:9). Dat betekent omgekeerd dat wie Christus toebehoort, Zijn Geest heeft. Het ontvangen van de Heilige Geest is onder genade dus geen tweede fase, maar hoort bij het gelovig antwoord op het evangelie.
Paulus gebruikt twee sterke termen: verzegeling en onderpand. Efeze 1:14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid.
Deze verzegeling is gericht op Gods voltooiing. Daarom schrijft Paulus ook: Efeze 4:30 En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.
De vermaning om de Geest niet te bedroeven staat dus niet tegenover zekerheid, maar binnen zekerheid. Dit sluit aan bij de lijn van Zekerheid van redding.
Paulus spreekt niet alleen over een invloed van buitenaf, maar over inwoning. 1 Korinthe 6:19 Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
Deze inwoning verbindt Paulus direct aan eigendom en toewijding: 1 Korinthe 6:20 U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.
De inwoning van de Geest is dus zowel een gegeven van genade als een basis voor heilig leven.
Paulus leert dat de Geest niet alleen redt en verzegelt, maar ook de dagelijkse wandel vormt. Galaten 5:16 Maar ik zeg: Wandel door de Geest, en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.
In Romeinen wordt deze wandel verbonden met zoonschap en innerlijk getuigenis: Romeinen 8:14 Want zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Romeinen 8:15 en Romeinen 8:16 laten zien dat de Geest niet slavische angst werkt, maar vrijmoedigheid en zekerheid van kindschap.
De paulinische volgorde blijft: eerst positie, dan praktijk. De Geest geeft geen grond voor zelfverheffing, maar kracht om te leven overeenkomstig wat God al gegeven heeft in Christus.
Paulus spreekt over vrucht, niet over menselijke prestatie die losstaat van God. Galaten 5:22 en Galaten 5:23 beschrijven die vrucht als liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Daarom eindigt Paulus met de praktische conclusie: Galaten 5:25 Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.
Vrucht is dus geen alternatief voor leer, maar de uitwerking van gezonde leer in het concrete leven.
Zonder recht snijden ontstaat verwarring over het werk van de Geest. In eerdere fasen van Gods handelen ligt de nadruk vaak op tijdelijke en doelgerichte toerusting binnen Israëls programma. In de paulinische brieven wordt onder genade de nadruk gelegd op blijvende inwoning, verzegeling en opbouw van het Lichaam van Christus.
Dit verschil moet onderscheiden worden om de Schrift eerlijk te lezen. Zie ook Wat is de verborgenheid en de plaats van de Gemeente in Gods huidige bedeling.
Het onderscheid verandert niets aan het gezag van de hele Schrift, maar wel aan de directe toepassing voor de Gemeente vandaag.
Misverstand 1: de Geest ontvangen is een latere tweede zegen.
Paulus koppelt ontvangen en verzegeling aan het geloven van het evangelie
(Efeze 1:13).
Misverstand 2: zekerheid ontbreekt totdat bepaalde ervaringen optreden.
Paulus bouwt zekerheid op Gods handeling van verzegeling en onderpand
(Efeze 1:14;
Efeze 4:30).
Misverstand 3: wandelen door de Geest is vooral een gevoelsmatige toestand.
Paulus beschrijft wandelen door de Geest als concrete levensrichting tegenover het vlees
(Galaten 5:16),
zichtbaar in vrucht.
Ontvangt iedere gelovige de Heilige Geest?
Ja. Volgens Paulus hoort de Geest bij het geloven van het evangelie en bij het toebehoren aan Christus
(Efeze 1:13;
Romeinen 8:9).
Kan de verzegeling met de Geest verloren gaan?
Paulus spreekt over verzegeling tot de dag van de verlossing
(Efeze 4:30).
Wat is het verband met gebed?
De Geest vormt het leven van de gelovige en ondersteunt de omgang met God.
Voor praktische uitwerking zie Gebed onder genade.
In Paulus' brieven is het werk van de Heilige Geest onder genade helder: iedere gelovige ontvangt de Geest, wordt verzegeld tot de dag van verlossing, en heeft de inwoning van de Geest als gegeven van genade.
Vanuit die positie volgt de oproep tot wandelen door de Geest en het dragen van de vrucht van de Geest. Dit behoort wezenlijk bij de positie in Christus en moet onderscheiden worden van eerdere bedelingen.
De Heilige Geest onder genade is daarom geen randonderwerp, maar een kernonderdeel van het leven van de gelovige in de huidige bedeling.
- Verdieping: Positie in Christus
- Verdieping: Evangelie van Gods genade
- Verdieping: Wat is de verborgenheid
Verdieping vanuit Woordstudies: