Woordstudie: Vlees | Rechtsnijden.nl

Woordstudie: Vlees

Deze woordstudie onderzoekt wat de Schrift bedoelt met het begrip vlees, hoe Paulus dit begrip gebruikt, en waarom het onderscheiden van vlees en Geest essentieel is voor het verstaan van positie en wandel van de gelovige.

Het woord vlees heeft in de Schrift niet altijd dezelfde betekenis. Soms duidt het op het lichamelijke, soms op de natuurlijke mens in Adam, en in paulinische context vaak op de mens zoals hij in eigen kracht tegenover God staat.

Daarom moet vlees altijd in context gelezen worden. Zonder context ontstaat verwarring, alsof elk gebruik van het woord identiek zou zijn.

Het Griekse woord is sarx. Dit woord kan lichamelijk vlees aanduiden, maar ook de gevallen menselijke bestaanswijze, gekenmerkt door eigen kracht, zelfgerichtheid en vijandschap tegen God.

Paulus gebruikt sarx zorgvuldig. Juist daarom is recht snijden nodig: per passage moet duidelijk zijn of het om lichamelijke betekenis gaat, of om de geestelijke aanduiding van de natuurlijke mens.

In letterlijke zin kan vlees eenvoudig het lichamelijke aanduiden. Dat gebruik is op zichzelf niet negatief. De Schrift leert niet dat het fysieke lichaam op zich zonde is.

Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken: het lichaam is schepselmatig, terwijl vlees in moreel-geestelijke zin vaak de adamitische gerichtheid aanduidt. Dit verschil voorkomt verkeerde conclusies over lichaam en heiliging.

Paulus spreekt over vlees als de sfeer waarin geen goed woont. Dat laat zien dat het probleem van de natuurlijke mens niet door zelfverbetering wordt opgelost.

[SV] Romeinen 7:18 Want ik weet, dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.

In Filippenzen 3 wijst Paulus elk vertrouwen op vlees af, ook wanneer religieuze prestaties aanwezig lijken.

[SV] Filippenzen 3:3-4 Want wij zijn de besnijdenis, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen. Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht. Indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer.

Paulus tekent een scherp onderscheid tussen vlees en Geest. Het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God; het bedenken van de Geest is leven en vrede.

[SV] Romeinen 8:1-9 Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods. Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is. Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede; Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

[SV] Galaten 5:16-25 En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet. Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet. Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet. De werken nu des vleses zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid, Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u tevoren zeg, gelijk ik ook tevoren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven. Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, Zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet. Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruisigd met de bewegingen en begeerlijkheden. Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.

Dat de gelovige niet meer in het vlees is, betekent niet dat de praktische strijd verdwenen is. Paulus roept op om niet naar het vlees, maar naar de Geest te wandelen.

Deze oproep laat de spanning zien tussen positie en praktijk. De positie is gegeven in Christus; de praktijk vraagt dagelijks geloof, vernieuwing van denken, en afhankelijkheid van Gods Woord.

Zie ook: Wandel door geloof en niet door aanschouwen en Vernieuwing van het denken.

Romeinen 8 zegt expliciet dat gelovigen niet in het vlees, maar in de Geest zijn, indien de Geest Gods in hen woont. Dat is een positie-uitspraak, geen beschrijving van foutloos gedrag.

Kolossenzen 2 verbindt dit met de besnijdenis van Christus, de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses.

[SV] Kolossenzen 2:11 In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;

Daarom wordt overwinning niet gezocht in het oppoetsen van het oude, maar in leven vanuit Christus' volbrachte werk.

Paulus noemt de werken van het vlees concreet. Daarmee maakt hij zichtbaar hoe het vlees zich uitwerkt in gedrag, relaties en begeerten.

Tegenover die werken stelt hij de vrucht van de Geest. De oplossing ligt dus niet in wettische zelfdiscipline als grond, maar in wandelen door de Geest, in overeenstemming met de ontvangen positie in Christus.

Zie ook: Geestelijke groei onder genade.

Paulus roept op om de Heere Jezus Christus aan te doen en geen zorg voor het vlees te dragen om begeerten op te wekken.

[SV] Romeinen 13:14 Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.

In Galaten 5:24 zegt Paulus dat die van Christus zijn, het vlees gekruisigd hebben met zijn bewegingen en begeerlijkheden. Het kruis is daarom niet alleen vergeving, maar ook de beslissende breuk met vertrouwen op het vlees.

Paulus zoekt de overwinning niet in zelfverbetering van het oude, maar in Christus Zelf.

Misverstand 1: Vlees is hetzelfde als het fysieke lichaam.

Nee. Het lichaam is niet op zichzelf zondig; vlees in moreel-geestelijke zin duidt de adamitische gerichtheid aan.

Misverstand 2: De oude natuur kan door training heilig worden gemaakt.

Nee. Paulus leert dat in het vlees geen goed woont (Romeinen 7:18).

Misverstand 3: Als de gelovige nog strijd ervaart, is hij weer in het vlees.

Nee. De positie blijft: niet in het vlees maar in de Geest. De strijd hoort bij de praktische wandel, niet bij verlies van positie in Christus.

Misverstand 4: Overwinning komt door strengere regels.

Nee. Overwinning komt door leven in Christus, wandelen door de Geest, en vernieuwd denken door het Woord.

Zie ook: Positie in Christus en Zekerheid van redding.

Deze woordstudie laat zien dat vlees in de Schrift contextueel gelezen moet worden. Paulus gebruikt sarx soms letterlijk, maar vaak als aanduiding van de natuurlijke mens in Adam, die geen grond tot roem heeft voor God (Romeinen 7:18; Filippenzen 3:3-4).

De gelovige is volgens Paulus niet meer in het vlees, maar in de Geest (Romeinen 8:1-9), en in Christus is de beslissende breuk met het vlees gelegd (Kolossenzen 2:11; Romeinen 13:14). Toch blijft in de dagelijkse wandel een reele strijd, waarin het verschil tussen positie en praktijk zichtbaar wordt.

Paulus wijst de weg van overwinning niet in zelfverbetering, maar in Christus: wandelen door de Geest, vernieuwd denken, en leven uit wat God reeds gedaan heeft. Zo blijft de zekerheid van de gelovige vast, terwijl de praktische wandel stap voor stap gevormd wordt naar Christus.

Terug naar Woordstudies

Aanvullende toetsing: