Woordstudie: Geloof | Rechtsnijden.nl

Woordstudie: Geloof

Deze woordstudie onderzoekt wat de Schrift bedoelt met geloof, hoe Paulus dit begrip gebruikt, en welke plaats geloof inneemt binnen Gods handelen onder de bedeling van de genade.

Geloof is vertrouwen op wat God gesproken heeft. Het is geen religieuze activiteit, geen vluchtig gevoel, en geen menselijke verdienste, maar een antwoord van het hart op Gods betrouwbare Woord.

Daarom wordt geloof in de Schrift niet los gezien van openbaring. Waar God spreekt, roept Hij tot geloof; en waar geloof werkt, rust het op Gods waarheid, niet op menselijke indruk of prestatie.

Het Griekse woord voor geloof is pistis. Dit woord draagt de gedachte van vertrouwen, betrouwbaarheid en overtuigd zijn op grond van getuigenis.

In Paulus' brieven staat pistis in directe relatie met Christus, Zijn werk, en het horen van het Woord. Daardoor wordt duidelijk dat bijbels geloof niet zelfgericht, maar Christusgericht en Woordgebonden is.

De Schrift laat in verschillende bedelingen zien dat de mens geroepen wordt om God op Zijn Woord te geloven. Toch blijft de concrete toepassing verbonden aan de context waarin God spreekt.

Daarom moet geloof altijd gelezen worden met aandacht voor doelgroep, bediening en openbaringsmoment. Dit bewaart de eenheid van de Schrift zonder onderscheiden lijnen te vermengen.

Paulus maakt het onderscheid tussen geloof en werken scherp. Rechtvaardiging is niet uit de werken der wet, maar door geloof in Jezus Christus.

[SV] Romeinen 3:28 Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

[SV] Galaten 2:16 Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.

Dit onderscheid is wezenlijk. Zodra werken als grond van aanvaarding worden toegevoegd, wordt het evangelie verduisterd. Geloof ontvangt, werken verdienen; en juist daarin ligt het beslissende verschil.

Paulus leert dat geloof niet uit de mens opkomt, maar ontstaat door het horen van Gods Woord.

[SV] Romeinen 10:17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.

Daarom is geloof niet blind, maar gegrond. De bron is Gods spreken; het antwoord is geloof. Waar het Woord wordt geopend, wordt de weg tot geloof geopend.

Paulus gebruikt Abraham als voorbeeld om te laten zien dat rechtvaardiging door geloof is, niet door werken.

[SV] Romeinen 4:3-5 Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid. Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld. Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.

Abraham toont dat geloof geen prestatie is, maar vertrouwen op Gods belofte. Daardoor wordt alle roem in het vlees uitgesloten en blijft alleen Gods genade als grond van rechtvaardiging over.

Zie ook: Rechtvaardiging.

Redding is uit genade door geloof, niet uit werken. Daardoor staat de gelovige op een vaste grond buiten zichzelf, namelijk in Christus.

[SV] Efeziers 2:8-9 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Geloof brengt de gelovige niet in een onzekere toestand, maar in een door God gegeven positie. Daarom hangen zekerheid, identiteit en vrede samen met geloof in het volbrachte werk van Christus.

Zie ook: Zekerheid van redding en Positie in Christus.

Paulus spreekt over gehoorzaamheid des geloofs. Dat is geen terugkeer naar wet als grond van aanvaarding, maar de gehoorzame reactie van geloof op Gods geopenbaarde waarheid.

[SV] Romeinen 1:5 Door Welken wij ontvangen hebben genade en het apostelschap, tot gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen, voor Zijn Naam;

Waar geloof leeft, buigt het onder Gods Woord. Die gehoorzaamheid is vrucht, niet grond, en behoort tot de normale wandel van wie Christus gelooft.

Misverstand 1: Geloof is vooral een gevoel.

Nee. Geloof is vertrouwen op Gods gesproken Woord, niet op wisselende emoties.

Misverstand 2: Geloof is een werk waarmee de mens iets verdient.

Nee. Paulus stelt geloof tegenover werken als grond van rechtvaardiging (Romeinen 3:28; Galaten 2:16).

Misverstand 3: Geloof ontstaat uit menselijke wilskracht.

Nee. Geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods (Romeinen 10:17).

Misverstand 4: Geloof staat los van genade en evangelie.

Nee. Redding is uit genade door geloof (Efeziers 2:8-9), en dit geloof rust op het evangelie van Christus.

Genade is Gods vrije gave, het evangelie is de goddelijke verkondiging van Christus' werk, en geloof is het door de Geest gewekte antwoord op dat Woord. Deze drie mogen niet los van elkaar worden gelezen.

Binnen het evangelie van Gods genade ontvangt de gelovige door geloof wat God in Christus heeft bereid. Daarom is geloof geen alternatief voor genade, maar het middel waardoor de gave wordt ontvangen, zonder menselijke roem.

Zie ook: Wat is recht snijden? en Wat is de verborgenheid?.

Deze woordstudie laat zien dat geloof in de Schrift vertrouwen is op wat God gesproken heeft. Het woord pistis wijst op een Woordgebonden, Christusgericht vertrouwen, niet op menselijke religieuze prestatie.

Paulus leert dat geloof ontstaat uit het horen van het Woord (Romeinen 10:17), dat rechtvaardiging is door geloof zonder werken der wet (Romeinen 3:28; Galaten 2:16), en dat Abraham daarvan een helder voorbeeld is (Romeinen 4:3-5).

Redding is uit genade door geloof (Efeziers 2:8-9), en de gehoorzaamheid van het geloof (Romeinen 1:5) is vrucht van dit leven onder genade. Wie dit onderscheid bewaart, ontvangt helderheid in evangelie, zekerheid in Christus, en richting voor een wandel die God eert.

Terug naar Woordstudies

Aanvullende toetsing: