Wat is onze hoop?
De gelovige heeft een levende, hemelse hoop. Maar hoe draagt die hoop het leven van vandaag, juist in lijden, wachten en onzekerheid? Deze pagina laat zien hoe de hemelse verwachting kracht geeft voor het huidige leven en uitloopt op volharding, moed en een leven met een hemels perspectief.
Hoop is een centraal thema bij Paulus. Telkens verbindt hij het geloof en de liefde aan de hoop, en hij bidt dat de God van de hoop de gelovigen vervult met blijdschap en vrede, opdat zij overvloedig mogen zijn in de hoop. [SV] Romeinen 15:13 "De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes." Hoop is voor Paulus dus geen randverschijnsel, maar een dragende kracht in het leven van de gelovige.
Die hoop is bovendien iets heel anders dan optimisme. Optimisme is een verwachting dat het wel goed zal aflopen, gebouwd op gunstige omstandigheden of op een positieve aard. Bijbelse hoop daarentegen rust niet op omstandigheden, maar op Gods beloften en op het volbrachte werk van Christus; zij is een vaste verwachting van wat God heeft toegezegd, ook wanneer alles tegenzit. Juist daarom kan zij dragen waar optimisme bezwijkt.
In een gebroken wereld hebben gelovigen die hoop nodig. Lijden, verlies en onzekerheid horen bij dit leven, en zonder een vast vooruitzicht zou de gelovige bezwijken onder het gewicht ervan. Deze pagina sluit de reeks praktische onderwerpen af door te laten zien hoe de hemelse hoop alle eerder behandelde thema's draagt: zij geeft kracht om te volharden, om te dienen en om te wandelen door geloof. De doctrinaire leer over de toekomst wordt daarbij verondersteld, zie Opname van het Lichaam van Christus en Opname versus wederkomst.
De hoop van het Lichaam van Christus is hemels van aard. Paulus zegt dat het burgerschap van de gelovige in de hemelen is, vanwaar hij de Zaligmaker verwacht, de Heere Jezus Christus. [SV] Filippenzen 3:20 "Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;" Die verwachting noemt Paulus de zalige hoop: het verwachten van de verschijning der heerlijkheid van de grote God en Zaligmaker. [SV] Titus 2:13 "Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;" De inhoud van de hoop is dus geen zaak of plaats op zichzelf, maar bovenal Christus Zelf, Die de gelovige tot Zich neemt.
Bij die verwachting hoort een toekomstige heerlijkheid die ook het lichaam omvat. Paulus belooft dat Christus het vernederde lichaam zal veranderen, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam. [SV] Filippenzen 3:21 "Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen." De hoop reikt zo verder dan een innerlijke troost: zij omvat de volledige verlossing van de mens, die in heerlijkheid aan Christus gelijkvormig zal zijn.
Deze hoop is geen onzekere wens, maar berust op Gods beloften en op de positie die de gelovige reeds in Christus heeft ontvangen. Omdat hij nu al met Christus verbonden en in Hem aangenaam gemaakt is, staat ook zijn toekomst vast. De zekerheid van de hoop rust dus niet op de gesteldheid van de gelovige, maar op de trouw van God, Die wat Hij beloofd heeft ook zal volbrengen. Dat geeft aan de verwachting haar vastheid en rust.
Tegen de achtergrond van die heerlijkheid plaatst Paulus het lijden van dit leven, en hij weegt de twee tegen elkaar af. Het lijden van de tegenwoordige tijd, zegt hij, weegt niet op tegen de heerlijkheid die geopenbaard zal worden. [SV] Romeinen 8:18 "Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden." Dat ontkent het lijden niet, maar plaatst het in verhouding: teleurstelling, verdriet, ziekte en verlies zijn werkelijk en zwaar, maar niet het laatste woord over het leven van de gelovige.
Juist in onzekerheid en verlies geeft de hoop houvast, omdat zij de blik richt op wat nog niet gezien wordt. Wie hoopt op wat hij niet ziet, verwacht het met volharding, zegt Paulus. [SV] Romeinen 8:25 "Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid." Daarmee sluit deze hoop nauw aan op het wandelen door geloof en niet door aanschouwen, zie Wandel door geloof en niet door aanschouwen, waarin de gelovige zich richt op wat God heeft gezegd boven wat de omstandigheden tonen.
Ook in het verdriet om gestorven gelovigen geeft de hoop een eigen kleur aan het rouwen. Paulus wil niet dat de gelovigen onkundig zijn aangaande de ontslapenen, opdat zij niet bedroefd zijn als de anderen die geen hoop hebben. [SV] 1 Thessalonicensen 4:13 "Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben." De gelovige rouwt dus wel, maar niet als wie geen vooruitzicht heeft; zijn verdriet wordt gedragen door de verwachting van het weerzien in heerlijkheid.
Waar de hoop het lijden draagt, brengt zij volharding voort. Volharding is geen verbeten krachtsinspanning, maar het geduldig vasthouden aan Gods belofte, juist omdat het einde zeker is. Zoals Paulus zegt dat wie hoopt op het ongeziene, het met lijdzaamheid verwacht, zo wordt geduld de natuurlijke vrucht van een vaste verwachting. Wie weet waarheen hij op weg is, kan standvastig blijven en op Gods tijd wachten zonder te bezwijken.
Die volharding betekent trouw blijven en niet opgeven, ook wanneer de omstandigheden niet veranderen. Het wachten op Gods tijd is geen passief uitzitten, maar een actief volhouden in geloof, gedragen door de zekerheid dat God Zijn belofte vervult. Daarom verliest de gelovige de moed niet: de hoop geeft hem grond om vol te houden waar anderen zouden afhaken, omdat zijn verwachting niet op het zichtbare maar op het beloofde rust.
Paulus zelf is hierin het voorbeeld. Aan het einde van zijn leven, in gevangenschap en met de dood voor ogen, ziet hij terug op een volgehouden loop en vooruit op de beloofde kroon. [SV] 2 Timotheüs 4:7 "Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden;" [SV] 2 Timotheüs 4:8 "Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben." Zijn volharding rustte op de verwachting van die dag, en die kroon is weggelegd voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad, dezelfde hoop die ook vandaag de gelovige draagt.
Een levende hoop verandert de manier waarop de gelovige in het heden staat. Wie weet dat zijn burgerschap in de hemelen is, krijgt andere prioriteiten: het tijdelijke wordt niet veracht, maar in het juiste licht geplaatst, en het eeuwige krijgt het zwaarste gewicht. Dagelijkse keuzes worden zo gewogen tegen een blijvende werkelijkheid in plaats van enkel tegen het belang van het moment.
Dit hemelse perspectief geeft ook richting aan de bediening en de geloofswandel. Omdat de gelovige leeft vanuit een zekere toekomst, kan hij zich met overgave wijden aan het dienen van anderen en het uitdragen van de genade, zoals uitgewerkt in De bediening van verzoening. De hoop maakt vrij van de verlamming die ontstaat wanneer alles van het hier en nu afhangt, en zet de gelovige aan tot trouw in het werk dat God hem geeft.
Tegelijk leert dit perspectief de gelovige verstandig omgaan met tijdelijke omstandigheden. Tegenslag en voorspoed worden beide bezien vanuit het eeuwige: geen van beide is blijvend, en geen van beide bepaalt de uiteindelijke uitkomst. Zo leeft de gelovige vandaag vanuit een eeuwige werkelijkheid - niet wereldvreemd, maar met een innerlijke rust en standvastigheid die voortkomen uit de zekerheid van wat komt.
Onze hoop is een vaste, hemelse verwachting: het verwachten van Christus Zelf en van de heerlijkheid waarin ook het lichaam aan Hem gelijkvormig zal worden. Die hoop rust niet op omstandigheden maar op Gods beloften, en daarom draagt zij het leven van vandaag. Tegenover het lijden van deze tijd stelt Paulus de heerlijkheid die komt, zodat teleurstelling, verlies en onzekerheid werkelijk zwaar zijn, maar niet het laatste woord hebben.
Uit die hoop groeit volharding: geduldig vasthouden, trouw blijven en niet opgeven, naar het voorbeeld van Paulus, die de loop voleindigde met het oog op de beloofde kroon. En zij geeft een hemels perspectief dat de prioriteiten, de bediening en de wandel van vandaag vormt, met rust te midden van wisselende omstandigheden. Zo draagt de hoop alle eerder behandelde onderwerpen en voltooit zij de praktische wandel onder genade.
Hiermee is de reeks over de praktische wandel onder genade afgerond. De voorgaande onderwerpen vormen samen één geheel: van het lezen van de Schrift en het vernieuwen van het denken, via gebed, onderscheiding en geestelijke groei, tot vrijheid, dienst en hoop. Wie deze onderwerpen opnieuw als geheel doorneemt, ziet hoe zij elkaar dragen en aanvullen. U bent van harte uitgenodigd om vanuit Praktijk onder genade de pagina's nogmaals samenhangend te bestuderen.
- Fundament: Opname van het Lichaam van Christus
- Fundament: Opname versus wederkomst
- Verdieping: Wandel door geloof en niet door aanschouwen
- Verdieping: De bediening van verzoening
- Overzicht: Praktijk onder genade
Verdieping vanuit Woordstudies: