Tijdlijn van de Openbaring

Tijdlijn van de Openbaring

Deze pagina geeft een chronologisch overzicht van hoe Gods openbaring zich ontvouwde — van de vroegste profetieën tot het huidige tijdperk van genade. De nadruk ligt op het bijzondere moment waarop de verheerlijkte Heer Jezus Christus aan Paulus waarheden openbaarde die van alle eeuwen verborgen waren geweest in God.

# Fase Sleutelverzen Doelgroep Type openbaring
1 Profetieën — Oude Testament Handelingen 3:21 Israël Profetie
2 Aardse bediening Jezus Christus Mattheüs 15:24 Israël Profetie
3 Kruis, opstanding, hemelvaart 1 Korinthe 15:3-4 Allen Overgang
4 Handelingen — Israëls verwerping Handelingen 28:25-28 Israël / heidenen Overgang
5 Roeping van Paulus Handelingen 9:15 Heidenen Verborgenheid
6 Openbaring van de verborgenheid Efeze 3:3 Lichaam van Christus Verborgenheid
7 Huidige bedeling van Gods genade Efeze 3:2 Lichaam van Christus Gemeente
8 Opname van het Lichaam van Christus 1 Thessalonicenzen 4:16-17 Lichaam van Christus Gemeente
9 Hervatting profetisch programma Israël Romeinen 11:25-26 Israël Profetie
10 Koninkrijk en toekomstige vervulling Handelingen 3:21, Openbaring 20:4 Israël / alle volkeren Profetie

De tijdlijn van Gods openbaring begint niet bij Mattheüs, maar bij Genesis. Handelingen 3:21 spreekt van "de herstelwording aller dingen, waarvan God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten, van alle eeuwen her." Lukas 1:70 bevestigt dat de belofte tot Israël via de heilige profeten reikt vanaf het begin der wereld.

Deze profetieën betroffen het aardse koninkrijk van God, de verlossing van Israël, de komst van de Messias als Koning, en de zegening van alle volkeren via Israël. Zie ook Genesis 12:1-3 (verbond met Abraham), 2 Samuël 7:12-13 (belofte aan David) en Jesaja 9:6-7.

Profetie — Oude Testament

  • Verbonden met Israël
  • Aards koninkrijk
  • Via profeten aangekondigd
  • Gericht op alle eeuwen

Jezus Christus came niet om de verborgenheid te openbaren, maar om de profetieën te vervullen. Mattheüs 15:24 maakt zijn focus onomwonden duidelijk: "Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls." Zijn twaalf apostelen werden eveneens gezonden tot Israël (Mattheüs 10:5-6).

De kern van zijn prediking was het Koninkrijk van God, de vervulling van de Davidische belofte, en de oproep aan Israël tot bekering. Dit is profetisch programma, geen verborgenheid. Romeinen 15:8 bevestigt: "Jezus Christus is een dienaar van de besnijdenis geworden, om de waarheid Gods te bevestigen, om de beloftenissen der vaderen te bevestigen."

Het kruis, de opstanding en de hemelvaart van Christus vormen het fundament van Gods verlossingsplan voor allen. 1 Korinthe 15:3-4 geeft de kern: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften; begraven; opgewekt op de derde dag. Dit is de basis van het evangelie.

Na de opstanding verschijnt Christus aan meer dan vijfhonderd broeders ( 1 Korinthe 15:6) en vaart Hij op naar de hemel, waar Hij gezeten is aan de rechterhand van de Vader (Efeze 1:20). Vanuit die verheerlijkte positie zal Hij later Paulus roepen met een openbaring die geen enkel profeet had aangehad.

Het boek Handelingen beschrijft een overgangsperiode. Het evangelie van het Koninkrijk werd eerst aan Israël gepredikt. Petrus' prediking in Handelingen 2:36 en de oproep in Handelingen 3:19-21 tonen dat de koninkrijksbelofte nog steeds aan Israël werd aangeboden.

Maar Israël verwierp deze boodschap, en Handelingen eindigt met een beslissend moment: Handelingen 28:25-28 — Paulus wendt zich definitief tot de heidenen, en de zaligheid Gods is aan hen gezonden. Dit markeert het tijdelijk terzijde stellen van Israël als natie. Zie ook Waarom Handelingen een overgangsboek is.

Handelingen 9 beschrijft de bijzondere roeping van Saulus van Tarsus door de verheerlijkte Heer Jezus Christus zelf. Dit is geen gewone bekering: het is een directe verschijning van de opgestane en verheerlijkte Heer. Saulus werd niet onderwezen door de twaalf apostelen, maar ontving zijn evangelie door openbaring van Jezus Christus (Galaten 1:11-12).

De opdracht aan Paulus was uniek: Handelingen 9:15 — "Deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israëls." Paulus werd de apostel van de heidenen (Romeinen 11:13), aangesteld als leraar der heidenen in geloof en waarheid (1 Timotheüs 2:7).

Dit is het centrale openbaringsfeit van de tijdlijn. De verheerlijkte Christus openbaarde aan Paulus waarheden die van alle eeuwen verborgen waren geweest in God. Geen profeet heeft dit voorzegd, geen Schrift heeft dit aangekondigd — het was volkomen verborgen.

[HSV] Romeinen 16:25-26
"...naar de openbaring van de verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest, maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel van de eeuwige God, tot gehoorzaamheid des geloofs aan alle heidenen bekendgemaakt is."

[HSV] Efeze 3:3-5
"...dat Hij mij door openbaring de verborgenheid heeft bekendgemaakt... welke in andere eeuwen de kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard..."

[HSV] Efeze 3:9
"...en allen te verlichten, wat de gemeenschap der verborgenheid is, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God..."

[HSV] Kolossenzen 1:25-27
"...de verborgenheid, die verborgen is geweest van eeuwen her en van geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen... welke is Christus onder u, de hoop der heerlijkheid."

Zie voor meer uitleg: Wat is de verborgenheid? en Waar openbaart Paulus de verborgenheid?

Profetie

  • Aangekondigd door profeten
  • Bekend uit Oud Testament
  • Aards koninkrijk
  • Gericht op Israël

Verborgenheid

  • Van eeuwen verborgen in God
  • Nooit geprofeteerd
  • Hemelse positie
  • Jood en heiden gelijkwaardig

In de huidige bedeling handelt God op basis van de verborgenheid die aan Paulus werd geopenbaard. De gemeente — het Lichaam van Christus — bestaat uit joden en heidenen die in één Lichaam zijn samengevoegd, zonder onderscheid en zonder tussenwand van scheiding (Efeze 2:14-16).

[HSV] Efeze 3:6
"...dat de heidenen medeërfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van Zijn belofte in Christus, door het evangelie."

De gelovige in deze bedeling heeft een hemelse positie: gezet in de hemelse gewesten in Christus Jezus (Efeze 2:6). Dit is niet een aardse of koninkrijkspositie, maar een unieke hemelse positie die alleen in Paulus' brieven wordt geopenbaard.

Israël

  • Aardse roeping
  • Koninkrijk op aarde
  • Verbonden met Abraham, David, Mozes
  • Twaalf apostelen

Gemeente (Lichaam van Christus)

  • Hemelse roeping
  • Positie in de hemelse gewesten
  • Geopenbaard aan Paulus
  • Jood en heiden gelijk

Zie ook: Israël versus Gemeente en Positie in Christus.

De bedeling van genade eindigt niet met oordeel over de gemeente, maar met de opname: het plotselinge, hemelse wegroepen van het Lichaam van Christus. Dit is eveneens een verborgenheid die aan Paulus werd geopenbaard (1 Korinthe 15:51-52).

[HSV] 1 Thessalonicenzen 4:16-17
"...en de doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht."

Zie voor volledige uitwerking: Opname van het Lichaam van Christus.

Na de opname herneemt God zijn profetisch programma met Israël. De tijden der heidenen zijn dan voltooid en Israël staat opnieuw centraal in Gods heilshandelen. Romeinen 11:25-26 spreekt van de verharding van Israël totdat de volheid der heidenen is ingegaan, waarna geheel Israël behouden zal worden.

De grote verdrukking (Daniëls 70ste week), het oordeel over de volken, en de wederkomst van Christus in heerlijkheid behoren tot dit profetisch programma, niet tot de huidige bedeling. Zie ook Daniël 9:27 en Mattheüs 24:21.

De tijdlijn sluit met de letterlijke vervulling van alle profetieën: het aardse koninkrijk van Christus, de herstelwording aller dingen waarvan de profeten spraken (Handelingen 3:21). Israël wordt als natie hersteld, Christus regeert als Koning in Jeruzalem (Jesaja 9:6-7), en het duizendjarig rijk wordt gevestigd (Openbaring 20:4).

Uiteindelijk overgave van het koninkrijk aan de Vader, opdat God zij alles in allen (1 Korinthe 15:24-28). De nieuwe hemel en de nieuwe aarde vormen het eeuwige eindpunt van Gods raad (Openbaring 21:1-5).

De tijdlijn maakt één onderscheid boven alles duidelijk: er zijn twee programma's in de Schrift die zorgvuldig onderscheiden moeten worden. Verwarring tussen profetie en verborgenheid is de bron van de meeste misverstanden en tegenstrijdigheden in de kerk. Zie Profetie versus verborgenheid voor de volledige uitwerking.

Profetisch programma

  • Aangekondigd vanaf het begin (Handelingen 3:21)
  • Gericht op Israël als natie
  • Aardse zegeningen en koninkrijk
  • Twaalf apostelen als instrumenten
  • Mattheüs t/m Johannes, Hebreeën, Jakobus, Petrus, Johannes, Judas, Openbaring

Verborgenheidsprogramma

  • Van eeuwen verborgen in God (Efeze 3:9)
  • Jood en heiden gelijkwaardig in één Lichaam
  • Hemelse zegeningen en positie
  • Paulus als instrument
  • Romeinen t/m Filemon

[HSV] 2 Timotheüs 2:15
"Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt."

De tijdlijn van Gods openbaring laat zien dat God stap voor stap zijn raad ontvouwde — van de vroegste profetieën aan Israël tot de bijzondere openbaring van de verborgenheid aan Paulus. Het centrale feit is: de verheerlijkte Heer Jezus Christus openbaarde aan Paulus waarheden die nooit eerder bekend waren. Dit is de sleutel tot het begrijpen van de Schrift.

Recht snijden in de Schrift betekent dit onderscheid bewaren: profetie is niet de verborgenheid, Israël is niet de Gemeente, en de brieven van Paulus bevatten het directe onderwijs voor de huidige bedeling van Gods genade.