Israël versus Gemeente

Israël versus Gemeente

Deze pagina legt uit waarom Israël en de Gemeente onderscheiden groepen zijn binnen Gods plan. Het vermengen van deze twee lijnen leidt tot leerstellige verwarring, terwijl het onderscheiden ervan de Schrift recht doet.

Israël wordt in de Schrift beschreven als het volk waarmee God verbonden en beloften heeft gesloten. Romeinen 9:4-5 noemt expliciet de verbonden, de wetgeving, de dienst en de beloften als aan Israël toevertrouwd.

Deze unieke positie wordt bevestigd door de profeten en vormt de basis voor Israëls rol in Gods heilsplan. Het is daarom essentieel om deze verbonden en beloften niet automatisch op de Gemeente toe te passen.

De Gemeente wordt in de paulinische brieven beschreven als één lichaam in Christus. 1 Korinthe 12:13 zegt dat wij allen door één Geest tot één lichaam gedoopt zijn, hetzij Joden, hetzij Grieken.

Dit lichaam is geen voortzetting van Israël, maar een nieuwe schepping in Christus, zoals ook blijkt uit Efeziërs 3:5-6. De Gemeente heeft een hemelse roeping en positie, onderscheiden van Israëls aardse beloften.

De Gemeente wordt in de Schrift een verborgenheid genoemd omdat zij niet geprofeteerd was, maar later geopenbaard werd. Romeinen 16:25 en Kolossenzen 1:26 benadrukken dat deze verborgenheid van alle eeuwen verzwegen was.

Dit betekent dat de Gemeente niet simpelweg een voortzetting of vervanging van Israël is, maar een geheel nieuwe openbaring binnen Gods plan.

In Romeinen 11:11 zegt Paulus dat Israël tijdelijk terzijde gesteld is, zodat de heidenen tot geloof zouden komen. Maar Romeinen 11:25-26 belooft ook dat heel Israël uiteindelijk behouden zal worden.

Dit laat zien dat Gods plan met Israël niet is opgeheven, maar tijdelijk onderbroken is. Het onderscheid tussen Israël en de Gemeente helpt om deze tijdelijke en toekomstige aspecten te begrijpen.

Efeziërs 2:14-15 beschrijft hoe Christus de scheidsmuur tussen Jood en heiden heeft weggebroken en van de twee één nieuwe mens heeft gemaakt.

Dit betekent niet dat Israël ophoudt te bestaan, maar dat binnen de Gemeente een nieuwe eenheid ontstaat, los van de aardse onderscheidingen die in Israël golden.

Israël wordt in de Schrift beschreven als een aards volk met aardse beloften, terwijl de Gemeente een hemels volk is met hemelse zegeningen. Efeziërs 1:3 spreekt over geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten, terwijl Filippenzen 3:20 zegt dat onze wandel in de hemelen is.

Dit onderscheid is essentieel om de verschillende roepingen en beloften van Israël en de Gemeente te begrijpen en te respecteren.

Een veelvoorkomend argument binnen vervangingstheologie is dat de Gemeente alle beloften van Israël heeft overgenomen. Maar Romeinen 11:29 zegt dat Gods genadegaven en roeping onberouwelijk zijn.

Dit betekent dat Gods beloften aan Israël niet zijn ingetrokken, maar dat zij op hun eigen tijd en wijze vervuld zullen worden. Het onderscheiden van Israël en de Gemeente voorkomt deze verwarring.

Israël en de Gemeente zijn onderscheiden groepen binnen Gods plan. Israël heeft aardse beloften en een profetische lijn, terwijl de Gemeente een hemelse roeping en een verborgenheidslijn heeft.

Dit onderscheid is geen verdeeldheid, maar een erkenning van Gods veelkleurige wijsheid en Zijn trouw aan Zijn beloften.

Verdieping vanuit Woordstudies: