Geestelijke groei onder genade | Rechtsnijden.nl

Geestelijke groei onder genade

Wanneer redding volledig uit genade is, hoe groei je dan werkelijk geestelijk? Deze pagina schetst een Bijbels groeipad van onvolwassenheid naar volwassenheid in Christus: wat groei is, hoe ze plaatsvindt en hoe ze verloopt, zonder dat groei verwordt tot een systeem van prestaties.

Geestelijke groei is een belangrijk onderwerp, omdat God niet wil dat de gelovige geestelijk een kind blijft, maar volwassen wordt in Christus. Toch ontstaat hier snel verwarring, omdat groei en redding gemakkelijk door elkaar gehaald worden. Redding is een voldongen werk van genade, ontvangen door geloof; groei is de ontwikkeling die daarop volgt. Wie het ene met het andere verwart, maakt zijn redding afhankelijk van zijn vorderingen, en dat ondermijnt juist de grond waarop groei rust.

Door die verwarring belanden veel gelovigen tussen twee uitersten. Aan de ene kant staat passiviteit: als alles genade is, lijkt eigen inzet overbodig, en groei stagneert. Aan de andere kant staat wetticisme: groei wordt een groeiladder van prestaties waarlangs men zichzelf en anderen afmeet. Beide miskennen hoe groei werkelijk werkt en leiden tot ontmoediging of tot een vermoeiend prestatiechristendom.

Paulus geeft een evenwichtig kader dat beide uitersten vermijdt. Groei is geen passief afwachten en geen wettische inspanning, maar een levend proces waarin de gelovige werkzaam is terwijl God in hem werkt. Deze pagina veronderstelt de fundamenten, zie Positie in Christus en Wet versus genade, en richt zich volledig op hoe geestelijke groei onder genade verloopt.

Geestelijke groei is in de kern volwassen worden in Christus. Paulus omschrijft het doel als het komen tot een volwassen man, tot de mate van de volle grootte van Christus, waarin de gelovige niet langer als een kind heen en weer geslingerd wordt. [SV] Efeze 4:13 "Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;" [SV] Efeze 4:15 "Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus;" Groei is hier opwassen in Hém: het hele leven richt zich meer en meer op Christus.

Die volwassenheid omvat meer dan één aspect. Ze toont zich in groei in kennis van de Zoon van God, in onderscheidingsvermogen waardoor de gelovige waarheid van dwaling onderscheidt, en in stabiliteit, zodat hij niet meegevoerd wordt door elke wind van leer. Tegelijk groeit de gelovige in liefde, Paulus verbindt het opwassen uitdrukkelijk aan het betrachten van de waarheid ín liefde, en in een wandel die steeds meer met Christus overeenstemt. Groei raakt zo het hele leven: denken, oordelen, liefhebben en handelen.

Daarom is groei meer dan het verzamelen van Bijbelkennis. Kennis is onmisbaar en vormt de bodem, maar geestelijke volwassenheid blijkt pas wanneer die kennis het hart en de wandel vormt. Onderscheidingsvermogen, liefde en stabiliteit zijn geen vanzelfsprekend gevolg van veel weten; zij groeien wanneer de waarheid wordt verstaan, geloofd en toegepast. Volwassen worden in Christus is dus geen kwestie van informatie alleen, maar van een geheel leven dat naar Hem toegroeit.

Groei begint waar het geloof begon. Paulus zegt dat de gelovige, zoals hij Christus Jezus als Heere heeft aangenomen, ook in Hem moet wandelen: geworteld en opgebouwd, bevestigd in het geloof en overvloedig in dankzegging. [SV] Kolossenzen 2:6 "Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem;" [SV] Kolossenzen 2:7 "Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging." Groei is dus voortgaan in dezelfde richting: door dezelfde genade waardoor men begon.

Praktisch gebeurt dat door voortdurende omgang met Gods Woord en door de vernieuwing van het denken, waardoor het hart geleidelijk hervormd wordt, zie Vernieuwing van het denken. Daarbij hoort het wandelen door geloof en niet door aanschouwen, en het daadwerkelijk toepassen van wat geleerd wordt; waarheid die niet wordt gedaan, vormt het leven niet, zie Wandel door geloof en niet door aanschouwen. Ook beproevingen dragen bij aan groei, omdat zij het geloof oefenen en de gelovige leren steunen op God in plaats van op zichzelf.

Toch is groei nooit een prestatie waarop de gelovige zou kunnen roemen, want God Zelf werkt erin. Paulus roept op de eigen zaligheid met vreze en beven te werken, en voegt er onmiddellijk aan toe dat het God is Die in de gelovige werkt, beide het willen en het werken. [SV] Filippenzen 2:12 "Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven;" [SV] Filippenzen 2:13 "Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen." Zo is groei een proces van werkzame afhankelijkheid: de gelovige spant zich in, maar steeds in en door de genade die God geeft.

Groei heeft een ritme, en dat ritme bestaat uit eenvoudige, volgehouden gewoonten. Dagelijkse omgang met de Schrift voedt het denken, gebed onderhoudt de afhankelijkheid van God, en geestelijke oefening, het telkens opnieuw toepassen van wat geleerd is, maakt de waarheid eigen. Deze gewoonten zijn geen wettische voorwaarden, maar de natuurlijke vorm waarin een levende omgang met God zich uit. Paulus spoort Timotheüs aan zich te sterken in de genade die in Christus Jezus is, en het ontvangen onderwijs door te geven. [SV] 2 Timotheüs 2:1 "Gij dan, mijn zoon, word gesterkt in de genade, die in Christus Jezus is;" [SV] 2 Timotheüs 2:2 "En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren."

Bij dat ritme hoort volharding, want groei verloopt zelden met sprongen. Meestal ontwikkelt de gelovige zich geleidelijk: stap voor stap, vaak ongemerkt, rijpt het geloof door jaren van trouwe omgang met God. Volwassenheid komt mede door ervaring, door het herhaald toepassen van de waarheid in wisselende omstandigheden leert de gelovige standvastigheid en onderscheiding. Wie groei te snel of te spectaculair verwacht, raakt ontmoedigd; wie haar verstaat als een geleidelijk proces, leert geduld te hebben met zichzelf en met anderen.

Dit geleidelijke karakter ontslaat de gelovige niet van inspanning, maar plaatst die inspanning in het juiste licht. Paulus beschrijft hoe hij arbeidde en streed om iedere gelovige volmaakt in Christus te stellen, maar naar de werking die in hem werkte met kracht. [SV] Kolossenzen 1:28 "Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus;" [SV] Kolossenzen 1:29 "Waartoe ik ook arbeid, strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht." Zo gaan inspanning en genade samen: de gelovige oefent zich trouw, terwijl Gods kracht het groeien geeft.

Verschillende zaken remmen groei af, en wetticisme staat daarbij vooraan. Wie groei tot een stelsel van regels en prestaties maakt, verlegt zijn aandacht van Christus naar zichzelf en raakt verstrikt in meten en vergelijken. Genade leert juist het tegenovergestelde: ze onderwijst de gelovige om godvruchtig te leven, niet als voorwaarde voor aanvaarding maar als vrucht ervan. [SV] Titus 2:11 "Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen;" [SV] Titus 2:14 "Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken." Echte godsvrucht groeit uit genade, niet uit wettische dwang.

Tegenover de overspanning van het wetticisme staat de traagheid van geestelijke luiheid: het nalaten van de omgang met het Woord en het gebed, waardoor groei stilvalt. Daarmee verwant zijn oppervlakkigheid, die nooit toekomt aan werkelijke verdieping, en trots, die zich al volgroeid waant en daardoor niet langer leert. Wie meent het wel te weten, sluit zich af voor verdere groei, want een hoogmoedig hart laat zich niet vormen.

Een laatste obstakel is de afhankelijkheid van gevoelens en de daarmee samenhangende weerstand tegen correctie vanuit Gods Woord. Wie zijn geestelijke staat afmeet aan stemmingen, wordt wisselvallig en bouwt op een onbetrouwbare grond. En wie zich niet wil laten terechtwijzen door de Schrift, ontneemt zichzelf juist het middel waardoor God groei bewerkt, want het Woord is gegeven tot verbetering en onderwijzing. Groei vraagt daarom een leerbaar hart dat zich gewillig door Gods Woord laat vormen.

Geestelijke groei onder genade is volwassen worden in Christus: groei in kennis, onderscheidingsvermogen, liefde, stabiliteit en wandel, en niet slechts het verzamelen van Bijbelkennis. Ze vindt plaats door voortgaan in dezelfde genade waarin men begon, door omgang met het Woord, vernieuwing van het denken, wandelen door geloof, toepassing en beproeving, terwijl God Zelf het willen en werken in de gelovige bewerkt. Zo gaan inspanning en afhankelijkheid samen.

Groei heeft een geleidelijk ritme van eenvoudige, volgehouden gewoonten, en wordt afgeremd door wetticisme, geestelijke luiheid, trots, oppervlakkigheid, afhankelijkheid van gevoelens en weerstand tegen correctie. Op dit groeipad bouwt het vervolg verder: het leren onderscheiden van gezonde leer in Hoe herken je gezonde leer? en het in liefde opbouwen van elkaar in Vrijheid, geweten en opbouw van elkaar.

Verdieping vanuit Woordstudies: