Wat is de verborgenheid?

Wat is de verborgenheid?

Deze pagina beantwoordt stap 4 in de kernroute: wat bedoelt Paulus met de verborgenheid die eeuwenlang verzwegen was en later geopenbaard werd?

Met "verborgenheid" bedoelt Paulus niet iets vaags of mystieks, maar een concreet heilsfeit dat eerst niet openbaar was en daarna bekendgemaakt is. In Romeinen 16:25 verbindt hij het evangelie met "de openbaring der verborgenheid", en in Kolossenzen 1:25-26 beschrijft hij deze lijn als iets dat in eerdere tijden verborgen bleef.

[SV] Romeinen 16:25
"...naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;"

De term "verborgenheid" markeert dus een openbaringsmoment: wat eerder niet bekend was, is nu door God geopenbaard met leerstellige betekenis voor de Gemeente.

Paulus zegt niet alleen dat de verborgenheid vroeger onbekend was, maar dat zij verborgen was "in God". Dat wordt expliciet in Efeziërs 3:9 en sluit aan bij 1 Korinthe 2:7-8, waar gesproken wordt over verborgen wijsheid die de oversten dezer wereld niet kenden.

Dit onderscheid is wezenlijk: profetie is datgene wat tevoren gesproken werd, maar de verborgenheid was niet vooraf geprofeteerd in diezelfde vorm. Daarom kan zij niet simpelweg gelijkgesteld worden aan alles wat al in de profeten stond.

De verborgenheid komt in de brieven naar voren als een toevertrouwde openbaring aan Paulus. In Efeziërs 3:1-3 noemt hij het rentmeesterschap van Gods genade en zegt hij dat de verborgenheid hem door openbaring bekendgemaakt is.

Ook Kolossenzen 1:25 verbindt zijn bediening aan het "vervullen" van het Woord van God, namelijk door deze eerder verborgen lijn bekend te maken. Zo wordt duidelijk dat dit geen afgeleide theorie is, maar een geopenbaard onderdeel van Paulus' apostolische opdracht.

De inhoud van de verborgenheid wordt concreet in Efeziërs 3:5-6: mede-erfgenamen, medeleden van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van de belofte in Christus. Hier wordt niet alleen een losse waarheid genoemd, maar een samenhangend nieuw openbaringskader voor de Gemeente.

In dit kader krijgt ook de hemelse positionering van gelovigen haar doctrinaire plaats. De verborgenheid is daarom geen detail naast het evangelie, maar de sleutel tot het verstaan van de huidige bedeling en de identiteit van het lichaam van Christus.

De verborgenheid is niet: "alles wat moeilijk is" in de Bijbel. Het is ook niet: een geheime kennis voor een kleine elite. Paulus behandelt haar juist publiek en leerstellig, zodat de Gemeente verstaan kan wat God nu bekendgemaakt heeft (zie Efeziërs 3:8-9).

De verborgenheid is evenmin een ontkenning van eerdere Schrift. Ze laat juist zien hoe Gods plan voortgaat: zonder profetische lijnen uit te wissen, maar met een nu geopenbaard aspect dat eerder niet zichtbaar was in dezelfde vorm.

Wie de verborgenheid negeert, verliest het kompas voor recht snijden. Dan worden passages voor Israël, Koninkrijk en Gemeente door elkaar gelezen, waardoor de onderwijslijn vertroebelt. Door de verborgenheid te erkennen zoals Paulus die ontvouwt (Romeinen 16:25; Efeziërs 3:5), ontstaat juist helderheid in toepassing.

[SV] Kolossenzen 1:26
"Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;"

Daarom is de verborgenheid niet alleen een onderwerp op zichzelf, maar het doctrinaire scharnierpunt dat bepaalt hoe de hele Schrift in haar onderscheiden bedelingen coherent gelezen wordt.

De verborgenheid is volgens Paulus een werkelijkheid die eerst verzwegen was, in God verborgen lag, en nu geopenbaard is voor de opbouw van de Gemeente (Romeinen 16:25; Efeziërs 3:1-9; Kolossenzen 1:25-27).

Daarmee staat ze in het hart van recht snijden: niet als vervanging van eerdere openbaring, maar als het nu geopenbaarde kader waarin Paulus de Gemeente leert verstaan wie zij in Christus is.

Verdieping vanuit Woordstudies: