Wandel door geloof en niet door aanschouwen
Wat God heeft geopenbaard, blijft waar ook wanneer omstandigheden, gevoelens en uitkomsten iets anders lijken te zeggen. Deze pagina werkt uit hoe de gelovige trouw blijft wandelen door geloof in moeilijke tijden: door te leven vanuit wat God zegt in plaats van vanuit wat hij ziet.
Paulus spreekt over wandelen door geloof omdat het geloofsleven niet steunt op wat zichtbaar is, maar op wat God heeft beloofd en gedaan. Hij vat dat samen in een korte, kernachtige uitspraak. [SV] 2 Korinthe 5:7 "(Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)" Geloof en aanschouwen staan hier tegenover elkaar: aanschouwen leeft van wat zich nu laat zien, geloof leeft van wat God heeft gezegd. De gelovige wordt geroepen om zijn wandel op het tweede te bouwen.
Iedere gelovige ervaart die spanning. De Schrift verklaart de gelovige volkomen in Christus, terwijl de dagelijkse ervaring vaak iets anders influistert: zwakte, tegenslag, onbeantwoorde vragen. Juist dan blijkt of de wandel rust op het zichtbare of op het geopenbaarde. Wie alleen afgaat op wat hij ziet en voelt, raakt heen en weer geslingerd; wie wandelt door geloof, vindt een vaste grond die niet met de omstandigheden meebeweegt.
Deze pagina sluit nauw aan op het onderscheiden van Gods wil. Wie geleerd heeft Gods wil te verstaan vanuit de Schrift, zoals Wat is de wil van God vandaag? uitwerkt, staat voor de vervolgvraag hoe je dat vasthoudt wanneer de uitkomst tegenvalt. De fundamenten worden hier verondersteld - zie Positie in Christus en Zekerheid van redding - en de aandacht ligt volledig op de geloofswandel zelf.
Wandelen door geloof betekent in de eerste plaats vertrouwen op Gods Woord. Niet het zichtbare bepaalt de werkelijkheid waaruit de gelovige leeft, maar wat God heeft geopenbaard. Geloof is daarmee geen sprong in het duister, maar een vast vertrouwen op wat God betrouwbaar heeft gezegd. Dat onderscheidt geloof van zicht: geloof ziet de uitkomst nog niet, maar rekent met Hem die haar beloofd heeft. Paulus verbindt hoop daarom uitdrukkelijk aan wat nog niet gezien wordt. [SV] Romeinen 8:24 "Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?"
Daarmee verschilt geloof ook van gevoel. Gevoelens wisselen met de dag, maar Gods Woord blijft staan; wie zijn wandel op gevoel bouwt, deint mee met iedere stemming, terwijl wie op het Woord bouwt een vaste koers houdt. Geloof leeft daarom van geopenbaarde waarheid en niet van de innerlijke barometer. Het betekent: blijven rekenen met wat God zegt, ook wanneer het gevoel het tegendeel fluistert.
Ten slotte wandelt de gelovige vanuit zekerheid in Christus. Zijn positie staat vast, los van zijn dagvorm, en juist die vastheid maakt de geloofswandel mogelijk. Paulus verbindt geloof daarom aan volhardend verwachten van wat nog niet zichtbaar is. [SV] Romeinen 8:25 "Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid." Geloof is zo geen passief afwachten, maar een wandel die met geduld vooruitziet naar wat God heeft toegezegd.
Wandelen door geloof wordt het meest beproefd waar antwoorden uitblijven. In lijden en ziekte spreekt de ervaring luid, terwijl de belofte zwijgt voor het oog. Juist daar leeft de gelovige niet van wat hij ziet, maar van wat God zegt. Paulus, die zelf veel leed, richt de blik bewust weg van het tijdelijke naar het onzichtbare en blijvende. [SV] 2 Korinthe 4:18 "Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig." Het zichtbare lijden is werkelijk, maar het is niet het laatste woord.
Hetzelfde geldt voor teleurstelling, onvervulde verwachtingen en het wachten op verandering. Wanneer een gebed onbeantwoord lijkt of een situatie maar niet wil keren, wordt de gelovige verleid om de uitkomst tot maatstaf van Gods trouw te maken. Geloof doet het omgekeerde: het houdt vast aan wat God geopenbaard heeft en laat de onbeantwoorde vraag staan binnen het vertrouwen dat Hij goed en trouw is. Het wachten zelf wordt zo een vorm van geloofswandel, geen onderbreking ervan.
Ook in perioden van geestelijke droogte functioneert geloof. Wanneer de nabijheid van God niet gevoeld wordt en het gebed dor aanvoelt, blijft de geopenbaarde waarheid onveranderd. Paulus getuigt dat de uiterlijke mens verdorven wordt terwijl de innerlijke vernieuwd wordt. [SV] 2 Korinthe 4:16 "Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag." Geloof rekent erop dat God ook in de droogte voortgaat met Zijn werk, ook al is daar weinig van te merken.
De spanning tussen belofte en ervaring vraagt om volharding. Hoop draagt daarbij: niet een vaag optimisme, maar het zeker verwachten van wat God heeft toegezegd. Die hoop maakt geduldig, omdat ze weet dat de uitkomst vaststaat ook als de tijd lang valt. Geduld is dan geen werkeloosheid, maar een vasthouden onder druk, gevoed door vertrouwen in Gods trouw te midden van onzekerheid.
Daarbij helpt het Gods perspectief tegenover de tijdelijke omstandigheden te plaatsen. Wat nu zwaar weegt, is gemeten aan de eeuwigheid licht en voorbijgaand. Paulus zelf vatte zijn leven en bediening zo op: hij verlangde Christus te kennen, ook in het lijden, en strekte zich uit naar wat vóór hem lag. [SV] Filippenzen 3:10 "Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende;" [SV] Filippenzen 3:14 "Maar een ding doe ik, vergetende hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het doelwit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus."
Zo voorgeleefd, wordt volharding niet een prestatie maar een gerichte wandel. Paulus' leven laat zien dat trouw blijven tot het einde mogelijk is, niet omdat de omstandigheden meewerkten, maar omdat zijn oog op het doel gericht bleef. Wie zijn blik op datzelfde doel houdt, kan de spanning verdragen zonder eronder te bezwijken. De thematiek van hoop en volharding wordt verder uitgewerkt in Wat is onze hoop?.
Praktisch begint wandelen door geloof bij het dagelijks vertrouwen op Gods Woord. Wie geregeld terugkeert naar wat God heeft geopenbaard, laat de Schrift het laatste woord houden in plaats van de omstandigheden. Bij ontmoediging helpt het om bewust te herinneren wat God heeft gezegd: niet de gevoelens ontkennen, maar ze plaatsen onder de waarheid die vaststaat. Zo wordt het Woord een anker waaraan de gelovige zich vasthoudt wanneer de golven hoog gaan.
Dat betekent ook blijven wandelen wanneer gevoelens wisselen. De gelovige hoeft niet te wachten tot hij zich sterk voelt voordat hij vertrouwt; juist het vertrouwen op wat God zegt, ook tegen het gevoel in, is geloof in werking. Een eenvoudig voorbeeld is iemand die na een teleurstelling niet afgaat op de gedachte dat God hem vergeten is, maar blijft rekenen met de toezegging dat God Zijn werk voleindigt. Niet het gevoel, maar de belofte stuurt dan de wandel.
Zo groeit standvastigheid. Volharding is geen aangeboren eigenschap, maar rijpt door telkens opnieuw te kiezen voor vertrouwen boven zicht. Paulus kon aan het einde van zijn leven terugzien op een wandel die volgehouden was tot het doel. [SV] 2 Timotheüs 4:7 "Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden;" [SV] 2 Timotheüs 4:8 "Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben." Diezelfde weg staat open voor elke gelovige die door geloof blijft wandelen.
Wandelen door geloof betekent leven vanuit wat God heeft geopenbaard in plaats van vanuit wat men ziet of voelt. Geloof staat tegenover aanschouwen en tegenover gevoel: het rust op Gods betrouwbare Woord en op de vaste positie in Christus. Juist in lijden, ziekte, teleurstelling, wachten en geestelijke droogte blijkt of de wandel op het zichtbare of op het geopenbaarde steunt. Geloof houdt vast aan Gods trouw, ook wanneer de antwoorden uitblijven.
Die spanning wordt volgehouden door hoop, geduld en volharding, met het oog gericht op Gods perspectief boven de tijdelijke omstandigheden, zoals Paulus' eigen leven en bediening laten zien. Praktisch groeit standvastigheid door dagelijks vertrouwen op het Woord, door bij ontmoediging te herinneren wat God heeft gezegd, en door te blijven wandelen wanneer de gevoelens wisselen. Zo wordt de geloofswandel een volgehouden koers naar het doel dat vaststaat.
- Fundament: Positie in Christus
- Fundament: Zekerheid van redding
- Verdieping: Vernieuwing van het denken
- Verdieping: Wat is de wil van God vandaag?
- Overzicht: Praktijk onder genade
Verdieping vanuit Woordstudies: