Wat is de wil van God vandaag? | Rechtsnijden.nl

Wat is de wil van God vandaag?

Weinig vragen houden gelovigen zo bezig als de vraag naar Gods wil voor concrete keuzes. Deze pagina biedt een onderscheidingskader dat niet begint bij gevoel of teken, maar bij wat God in de Schrift heeft geopenbaard, en laat zien hoe je vandaaruit wijs en vrij keuzes maakt onder genade.

Veel gelovigen zoeken naar Gods wil omdat ze oprecht willen leven zoals Hij het bedoelt. Bij beslissingen over werk, relaties of richting rijst dan de vraag: wat wil God dat ik doe? Dat verlangen is goed, maar de manier waarop ernaar gezocht wordt leidt vaak tot verwarring. Wanneer Gods wil voornamelijk gezocht wordt in innerlijke indrukken, omstandigheden of tekens, ontstaat onzekerheid, omdat zulke signalen zich op velerlei wijze laten uitleggen.

De vraag begint daarom niet bij gevoelens, maar bij Gods openbaring. Paulus roept de gelovige op om de wil van de Heere te verstaan, en stelt dat verstaan tegenover onverstand. [SV] Efeze 5:17 "Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil des Heeren zij." Gods wil is dus iets om te verstáán, en dat veronderstelt dat Hij die heeft bekendgemaakt. Het zoeken naar Gods wil wordt zo niet een speuren naar verborgen tekens, maar een groeien in het begrijpen van wat al geopenbaard is.

Paulus geeft daarvoor een helder kader. In zijn brieven beschrijft hij Gods wil herhaaldelijk concreet, en verbindt hij die aan een vernieuwd denken in plaats van aan losse ingevingen. Deze pagina veronderstelt dat de fundamenten bekend zijn, zie Gebed onder genade, Heilige Geest onder genade en Vernieuwing van het denken - en richt zich uitsluitend op de vraag hoe Gods wil onderscheiden wordt.

Opvallend is hoe vaak Paulus Gods wil concreet en algemeen-geldig beschrijft, in plaats van als een persoonlijk geheim dat ontcijferd moet worden. Waar hij Gods wil rechtstreeks noemt, gaat het om dingen die voor elke gelovige gelden. Zo verbindt hij Gods wil onomwonden aan heiliging. [SV] 1 Thessalonicensen 4:3 "Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij;" Gods geopenbaarde wil is hier niet vaag, maar duidelijk omschreven.

Hetzelfde geldt voor dankbaarheid. Paulus noemt het danken in alles uitdrukkelijk de wil van God voor de gelovige. [SV] 1 Thessalonicensen 5:18 "Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u." Wie Gods wil zoekt, vindt die dus eerst in zulke heldere aanwijzingen: heilig leven, dankbaar zijn, en wandelen zoals het de roeping past. Deze dingen vragen geen teken om bevestigd te worden; ze staan reeds zwart op wit.

Tegelijk verbindt Paulus Gods wil aan geestelijke groei. Hij bidt dat de gelovigen vervuld worden met de kennis van Gods wil, opdat ze waardig zouden wandelen en vrucht dragen. [SV] Kolossenzen 1:9 "Daarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, houden niet op voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand;" [SV] Kolossenzen 1:10 "Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God;" Gods wil kennen en daarin groeien gaat hier samen op: het is geen eenmalige ontdekking, maar een wandel die rijpt.

Omdat Gods wil geopenbaard is, vormt Zijn Woord het primaire kader voor onderscheiding. De Schrift is de hoogste autoriteit waaraan keuzes getoetst worden; geen indruk, gevoel of omstandigheid staat daarboven. Wie Gods wil zoekt, begint daarom met de vraag wat de Schrift zegt, en niet met de vraag wat hij voelt. Dit sluit rechtstreeks aan op de vernieuwing van het denken: door het Woord wordt het gemoed gevormd, zodat de gelovige Gods wil leert beproeven, zoals Vernieuwing van het denken uitwerkt.

Paulus verbindt dat beproeven van Gods wil dan ook rechtstreeks aan het vernieuwde denken. [SV] Romeinen 12:2 "En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij." Het onderscheiden van Gods wil is hier niet het opvangen van een signaal, maar een vrucht van een denken dat door de Schrift gevormd is. Naarmate de gelovige de Schrift beter kent, leert hij wat met Gods wil overeenkomt en wat ertegen ingaat.

Veel concrete keuzes zijn in de Schrift echter niet uitdrukkelijk voorgeschreven: welke baan, welke woonplaats, welke gelegenheid. Juist daar geeft het Woord richting door principes in plaats van regels. Wie de wil van God in de heldere dingen volgt, heiliging, dankbaarheid, liefde, een waardige wandel, heeft een betrouwbaar kompas voor de keuzes die niet letterlijk beschreven staan. Bijbelse principes geven zo richting zonder dat voor elke beslissing een apart gebod nodig is.

Waar de Schrift principes geeft in plaats van letterlijke voorschriften, komt geestelijke volwassenheid in beeld. Een volwassen gelovige heeft geleerd om vanuit de kennis van Gods Woord te oordelen, zodat hij in een concrete situatie kan onderscheiden wat goed en welbehagelijk is. Daarbij hoort een vernieuwd geweten: niet een geweten dat enkel reageert op aangeleerde regels, maar een geweten dat door de Schrift gevormd is en aan de waarheid getoetst wordt. Zulke volwassenheid is geen plotselinge gave, maar groeit door voortdurende omgang met het Woord.

Bij die volwassenheid hoort wijsheid in keuzes. Paulus bidt dat de liefde van de gelovigen toeneemt in kennis en alle gevoel, juist opdat zij kunnen onderscheiden wat het beste is. [SV] Filippenzen 1:9 "En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen;" [SV] Filippenzen 1:10 "Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus;" Onderscheiden is hier het beproeven van wat verschilt, een werkzaamheid van een gerijpt, liefdevol en kennend hart.

Onder genade draagt de gelovige hierin echte verantwoordelijkheid. Hij hoeft niet passief te wachten op een teken voordat hij handelt, maar mag vanuit zijn identiteit in Christus wijs kiezen, gevoed door het Woord en in afhankelijkheid van God. Volwassenheid is dus niet hetzelfde als wachten op een bovennatuurlijk signaal; ze is juist het vermogen om, toegerust door de Schrift, verantwoorde keuzes te maken. Wie zo leeft, beweegt zich niet in onzekerheid, maar in de vrijheid van een kind van God dat Zijn wil leert kennen.

De eerste valkuil is het zoeken naar verborgen boodschappen, alsof Gods wil verstopt zit in toevallige gebeurtenissen die ontcijferd moeten worden. Daarmee verwant is het wachten op bovennatuurlijke signalen voordat men durft te handelen. Beide maken de gelovige afhankelijk van wat zich nu juist niet eenduidig laat lezen, terwijl Gods geopenbaarde wil helder voor hem ligt. Het gevolg is meestal niet meer zekerheid, maar meer twijfel, omdat ieder voorval op meerdere manieren uitgelegd kan worden.

Een derde valkuil is beslissingen baseren op gevoelens. Gevoel is veranderlijk en kan misleiden; wie het tot maatstaf maakt, bouwt op een wankele grond. Daartegenover staat een vierde, tegenovergestelde valkuil: wettische besluitvorming, waarbij voor elke keuze een sluitende regel gezocht wordt en vrijheid wordt ingeruild voor angstige nauwgezetheid. Het eerste maakt het geweten te los, het tweede te strak; beide gaan voorbij aan het onderscheiden vanuit een vernieuwd denken.

Ten slotte is er de angst om fouten te maken, die de gelovige kan verlammen. Wanneer elke keuze beladen wordt met de vrees Gods wil te missen, verdwijnt de rust die genade juist geeft. Maar Gods leiding is niet een smal pad waar men met één misstap vanaf valt; ze functioneert binnen de relatie van een Vader met Zijn kind. Deze valkuilen delen één kenmerk: ze verplaatsen het zwaartepunt van Gods heldere openbaring naar onzekere innerlijke of uiterlijke signalen, en scheppen zo meer verwarring dan duidelijkheid.

Gods wil onderscheiden begint niet bij gevoelens of tekens, maar bij wat God in de Schrift heeft geopenbaard. Paulus beschrijft die wil vaak concreet, heiliging, dankbaarheid, een waardige wandel, en verbindt het kennen ervan aan geestelijke groei. Het Woord vormt het primaire kader: door een vernieuwd denken leert de gelovige beproeven wat goed en welbehagelijk is, en geven Bijbelse principes richting waar concrete keuzes niet letterlijk voorgeschreven zijn.

Geestelijke volwassenheid, een vernieuwd geweten en wijsheid stellen de gelovige in staat om onder genade verantwoorde keuzes te maken, zonder te wachten op een bovennatuurlijk signaal. Daartegenover staan de valkuilen van verborgen boodschappen zoeken, op gevoelens bouwen, wettisch beslissen en verlamd raken door angst. Wie Gods geopenbaarde wil volgt en daarin groeit, beweegt zich in de vrijheid en rust die bij het kindschap horen. Deze pagina vormt samen met Hoe bidt een gelovige onder genade? en Hoe leidt de Heilige Geest vandaag? één geheel rond onderscheiding in het dagelijks leven.

Verdieping vanuit Woordstudies: