Wat doen wij in de eeuwigheid? | Gevolgen van de Openbaring

Wat doen wij in de eeuwigheid?

Veel mensen denken dat de eeuwigheid bestaat uit eeuwig zingen, knielen of niets doen. Daardoor lijkt de hemel voor sommigen zelfs saai. Maar is dat wat de Schrift leert? Deze pagina laat vanuit de brieven van Paulus zien wat de Schrift werkelijk zegt over de toekomst van de Gemeente in Christus.

De gedachte dat de eeuwigheid passief en leeg is, heeft weinig grond in de Schrift. De brieven van Paulus laten een heel ander beeld zien: een hemelse positie, een hemelse roeping en een toekomst verbonden met Christus' heerschappij.

Wie de vraag ernstig neemt, moet de Schrift zelf laten spreken. Zie ook Waarom Paulus normatief is en Wat is recht snijden?.

De brief aan de Efeziërs begint met een samenvatting van alles wat God de Gemeente in Christus heeft gegeven:

Efeze 1:3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus.

De sfeer van onze zegen is de hemelse gewesten. Dat is het kader waarbinnen de rest gelezen moet worden.

In Efeze 2 wordt dit concreter:

Efeze 2:6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemelse gewesten in Christus Jezus.

Waar het Hoofd is, is het Lichaam. De Gemeente is in Gods plan verbonden met de positie van Christus zelf. Zie ook Positie in Christus.

Efeze 3 voegt daar nog iets aan toe. De Gemeente heeft niet alleen een positie, maar ook een taak in de hemelse gewesten:

Efeze 3:10 Opdat nu, door de gemeente, bekend gemaakt zou worden aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God.

De Gemeente is bedoeld als openbaarmaking van Gods wijsheid aan hemelse machten. Dat is geen passieve positie.

In 2 Timotheüs staat een directe uitspraak over de toekomst van de gelovige:

2 Timotheüs 2:12 Indien wij lijden, wij zullen ook met Hem regeren.

Regeren is actief. Het wijst op bestuur en verantwoordelijkheid. De eeuwigheid is niet doelloos.

In 1 Korinthe 6 gebruikt de Schrift de toekomstige positie van de heiligen als argument voor het heden:

1 Korinthe 6:3 Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen?

Paulus corrigeert de Korinthiërs over onderlinge rechtszaken, en gebruikt daarvoor een toekomstige werkelijkheid die hij als bekend veronderstelt: wie straks engelen zal oordelen, behoort nu al eenvoudige zaken te kunnen beoordelen.

Direct na Efeze 2:6 geeft de Schrift een blik op het grotere doel van God:

Efeze 2:7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

De Schrift spreekt niet over een eindmoment, maar over eeuwen in meervoud. Gods plan houdt niet op bij onze verlossing. In de toekomende eeuwen blijft Hij Zijn genade betonen door wat Hij in Christus heeft gedaan.

Voor de achtergrond van dit plan, zie Wat is de verborgenheid? en Woordstudie: Bedeling.

De Schrift geeft hoofdlijnen, geen volledig uitgewerkt programma. Wij weten dat de Gemeente een hemelse positie heeft, dat gelovigen met Christus zullen regeren en dat er toekomstige verantwoordelijkheden zijn. De verdere invulling is niet geopenbaard.

Wat God heeft willen openbaren staat er. Wat er niet staat, is niet geopenbaard. Speculatie over de invulling van de eeuwigheid gaat voorbij aan die grens. Zie Waarom Paulus normatief is en Wat is recht snijden?.

De Schrift tekent de eeuwigheid niet als saai of leeg. De Gemeente heeft een hemelse positie in Christus (Efeze 1:3; Efeze 2:6), is bedoeld tot openbaring van Gods wijsheid in de hemelse gewesten (Efeze 3:10), zal met Christus regeren (2 Timotheüs 2:12), en staat centraal in Gods plan voor de toekomende eeuwen (Efeze 2:7).

Korte samenvatting: Gods plan met de Gemeente eindigt niet bij verlossing. De Schrift beschrijft een actieve, Christus-gerichte toekomst in de hemelse gewesten. De details zijn niet geopenbaard; de hoofdlijnen zijn helder.

Vorige stap: Positie in Christus

Volgende stap: Oordeelstoel van Christus

Relevante verdiepingslinks: